'Pelléas' volgens Marina Abramovic is visuele triomf

Het decor dat icoon van de performancekunst Marina Abramovic voor Debussy’s Pelléas et Mélisande heeft vervaardigd is grandioos. Een ruimte die het midden houdt tussen grot en kathedraal, glanzend als obsidiaan, domineert de bühne. 

Dirigent Alejo Pérez ontlokt het Vlaamse operaorkest een broeierige klank vol onderhuidse spanning en geeft de zangers de ruimte om te excelleren. Maar bovenal is deze Pelléas een visuele triomf, waarin verschillende disciplines elkaar versterken. Zo wordt de megalomane, koel glanzende ruimte die Abramović heeft geschapen in fraai chiaroscuro uitgelicht door Urs Schönebaum.

Waar het decor iets afstandelijks heeft, speelt zich daarin juist een menselijk, lichamelijk drama af. Dat komt vooral door de prominente rol van een groep halfnaakte, gespierde dansers, die fungeren als spiegel of veruitwendiging van de zielenroerselen van de personages. Het fluorescerende draad waarmee zij Mélisandes haar én de strik van het plot verbeelden is een prachtige vondst.

Lees meer

Sopraan Mari Eriksmoen steekt boven iedereen uit in Debussy's Pelléas et Mélisande

De dansers vermorzelen niets. Sterker, zeven kronkelende mannen versmelten tot barokke poses, die een mooi contrast vormen met de onthechte handeling. Ze kruipen bij elkaar als Atlas onder zijn wereldbol of laten hun torsen golven als het fameuze marmer van de Laocoöngroep. Adembenemend jongleren ze met glinsterende draden, het zijn de lange haren waarmee Mélisande mannen vangt als in een web.

Eriksmoen frappeert van de beginscène tot en met haar sterfbed. Ze vindt haar zeggingskracht halverwege spreken en zingen, haar geluid is zonder galm en nagenoeg vibratoloos. Hoe fraai dat de jurk uit het atelier van stercouturier Iris van Herpen als een nevel rond haar lichaam valt.

 

Lees meer

Er zijn van die ope­ra­pro­duc­ties die je ge­zien moet heb­ben

Het stond in de sterren geschreven dat de nieuwe 'Pelléas et Mélisande' bij Opera Vlaanderen geen gewone productie zou worden. Gewoon staat niet in het woordenboek van het triumviraat dat het concept en de regie van de opera bedacht: Sidi Larbi Cherkaoui, Damien Jalet en Marina Abramovic, de wereld- beroemde Servische performance-kunstenares.

Regelmatig krijg je beelden van het heelal te zien. Sterren en sterrennevels, opgenomen door de ruimtetelescoop Hubble. Ze worden in een grote ring geprojecteerd. De kring van het leven, extra geaccentueerd door een oog dat je aankijkt, of kijk je naar jezelf? De ring speelt in het verhaal een belangrijke rol. Misschien had dat parallellisme wat subtieler gekund. Maar het zijn plaatjes om in te kaderen. 

Lees meer

Debussys «Pelléas et Mélisande» wird zum triumphalen Gesamtkunstwerk.

Cherkaouis famose, katzenhaft-kraftvolle Tänzer helfen mit, die Haare zu Schnüren zu verlängern. Die Schnüre reichen über die ganze Bühne, kreuzen sich und formen ein Pentagramm oder ein Spinnennetz, eine Lichtersternenstrasse im All oder ein Gewirk, das mit einem Mal Notenlinien ähnelt, dreifach gerastert, nein vierfach, wie in den mittelalterlichen Anfängen der Notation, dergestalt, dass sich die Liegetöne der Liebenden daran entlanghangeln.

Der enorm ausdrucksstarke, jugendlich hoch timbrierte, höhensichere Bariton Jacques Imbrailo als Pelléas ist, wie Mélisande, eine ideale Besetzung für diese hyperrealistische Lesart. Wie er, nachdem ihn sein Bruder, wie Kain den Abel, blindwütig erschlug, rücklings über den Brunnenrand fällt, das hat schon Stummfilmpathos-Qualität. Auch Leigh Melrose, der Golaud vom Dienst, agiert beeindruckend beweglich, singt sonor, Anat Edri ist ein hinreissend emphatischer Yniold. Den höchsten Anteil am Gelingen aber hat gewiss Alejo Pérez, der das Symfonisch Orkest der Vlaamse Opera mit scharfem Blick fürs Detail und zugleich Sinn für den grossen Bogen führt.

Lees meer

Met Pelléas et Mélisande trekt Opera Vlaanderen de lijn van de kosmos, de symboliek en meer dan ooit die van de geometrie

Wanneer in de choreografie twee keer drie draden vertrekken vanuit Mélisande die in een cirkel bovenaan staat, zien we niet veel later dezelfde geometrische lijnvoering via een grote lens waarop een lichtstraal als op een prisma kaatst en zo een set van twee keer drie stralen wegstuurt. Op die manier trekt de voorstelling ook het verband tussen een cirkel, een rechte en een driehoek wat op zijn zachtst gezegd ingenieus is.

In de eerste drie bedrijven (goed voor anderhalf uur opera) gebeurt er nauwelijks wat. Het is dan ook een van de redenen waarom we niet zo’n fan zijn van deze opera. Tevens kent de partituur een wel erg repetitieve structuur: scène, tussenspel, scène, tussenspel, enz. waardoor het geheel – 13 taferelen – op den duur erg fragmentarisch aanvoelt, zeker als je weet dat die eerste drie bedrijven vooral ertoe moeten leiden om Golauds jaloezie op te wekken. Het is dan ook een sterke prestatie dat deze productie ons wél aangenaam wist te verrassen én blijvend wist te boeien op de momenten dat we doorgaans moeite hebben om bij de les te blijven.

De muzikale leiding van de Argentijnse dirigent Alejo Pérez is van uitstekend niveau net als de zang van de hele cast waarbij een indrukwekkende Matthew Best als Arkel, de opa van Golaud in zijn roldebuut stevig mag uithalen in de tweede scène van het eerste bedrijf

Lees meer

Terug