• Seizoen 26/27

Dit is het tijdperk van de bastaard

door Rashif El Kaoui / portretbeeld: © Ahmet Polat, do 23 apr 2026

‘Ik ben een bastaard. Een halfbloed. Een vuilnisbakkenras.
Veelal een passe-par-tout, nog vaker een passe-par-rien.
Mijn X-chromosoom komt uit de Vlaamse Kempenklei,
mijn Y-chromosoom komt uit het mulle Atlaszand. Ik zou niet mogen zijn.’


Zo begon de openingsmonoloog van De Bastaard, de voorstelling die ik nu zo’n vijf jaar geleden maakte bij Het Zuidelijk Toneel om in het reine te komen met mijn eigen bi-culturele identiteit. Ik nam de spade van de taal ter hand en groef in mijn ziel. Ik reisde voor het eerst naar Marokko, bezocht het graf van mijn vader in Zuid-Frankrijk en ging op tournee door België en Nederland om te tonen wat ik uit mijn hart had ontgonnen.

De eerste definitie van ‘bastaard’ volgens Van Dale is ‘niet uit een wettig huwelijk geboren kind’, maar een tweede en derde definitie betreffen ‘dieren geboren uit kruisbestuiving van aanverwante rassen’ en in oudere versies van Van Dale ook ‘halfbloeden’. De taal en de geschiedenis zijn niet vriendelijk geweest voor mensen geboren uit kruisbestuiving.

Ook in literatuur, theater en film zijn bastaarden weinig benijdenswaardige figuren. Ze dragen maskers, spreken met gespleten tong en lopen verloren tussen ‘zij’ en ‘wij’.

Ik ben in de Nederlandse taal getogen, maar ook uitgespogen. Ik ben erin geliefkoosd en geslagen. Ik ben erin gevangen. En ik heb getracht te schaven aan de taal, ik heb getracht ze om te smelten tot ze louter inkt was, die ik kon bewerken op het aambeeld van de verbeelding en dan liet stollen op mijn tong.

‘Ik ben geboren in de tussenruimte. De ruimte waarin haat ontstaat,
de liefde broeit en de as wordt verschoven. Ik ben een bastaard.’


Of ik daarin geslaagd ben, laat ik in het midden. Maar soms ontstaat betekenis in het uitspreken. Ik moest graven. Ik moest spreken. Ik moest, ik moest, ik moest… opdat ik eindelijk zou ‘mogen’. Mogen bestaan in de tussenruimte. De ruimte die altijd evenredig ‘hier’ en ‘daar’ is. De ruimte tussen podium en publiek. Daar ontstaat ons gedeeld verhaal.

Uw blik is gekleurd. In sepia, zwart en wit. Wie heeft de kleurenfilter gekozen?

Wie is Rashif El Kaoui?


Rashif El Kaoui is acteur, rapper, podcastmaker en schrijver. Hij studeerde woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. In 2016 werd zijn proza bekroond met de El Hizjra Literatuurprijs. Ook uitgeverij Das Mag pikte zijn werk op. Als acteur was El Kaoui te zien bij ’t Arsenaal, Het Paleis, fABULEUS, de Monty en KVS. Hij speelde onder meer in Malcolm X, Odysseus: een zwerver komt thuis, Drarrie in de Nacht en JR (FC Bergman/ Toneelhuis/ NTGent/ KVS) en Who’s Afraid of Virginia Woolf. In 2021 maakte hij voor Het Zuidelijk Toneel de theaterproductie/documentaire De Bastaard, een persoonlijk verhaal rond zijn Marokkaans-Vlaamse identiteit. De laatste jaren werkt hij vaak bij Het Nieuwstedelijk (o.a. Mooie Jaren, Kellyanne Conway The Musical, Orde van de dag). Rashif El Kaoui schreef deze reflectie bij het jaarthema À la flamande op onze uitnodiging.

Pamflet van een Bastaard

Stel uzelf de vraag: stel ik mijzelf in vraag?

Hoe stellig stelt u zichzelf in vraag?

Keer uw hoofd richting het verleden, daar ligt uw toekomst.

Wandel met ons over het pad der tranen, the trail of tears.

En tel de wervels van de gebroken ruggen op wiens kap

uw welvaart is gebouwd.

Voel u niet schuldig. En heb geen medelijden. Maar kijk. Kijk om u heen.

Haal uw aders open met het chirurgische mes der zelfanalyse.

Snij uw aders open met dit mes. Maak de snede verticaal. Niet horizontaal als een kreet om hulp, snel gestelpt met een doekje voor het bloeden.

Maak de snede verticaal.

Zodat de gal eruit kan vloeien. Voorbij het punt van terugkeren. Kijk werkelijk om u heen.

Uw blik is gekleurd. In sepia, zwart en wit. Wie heeft de kleurenfilter gekozen?

Voel u vooral niet schuldig. Dat leidt enkel tot witte tranen. En witte tranen zijn geen melk. Tranen zijn te zout om kinderen te zogen.

Dit is het tijdperk van de bastaard. Een vloeibare tijd van vermenging, vervloeiing en vervloeding. Een tijd waarin de overvloed te mager uitvalt. Een tijdperk van twijfel.

Luister. Luister. Naar de stemmen ongehoord. De stemmen gesmoord alvorens gehoord, gesmoord in de moederschoot, een ongelukkig nevenproduct van onze ‘maakbare’ samenleving.

Wij zijn bastaarden. Niet half -of dubbelbloeden. Wij zijn kinderen van Horus. Kinderen van de maan. Kinderen van Kal-El. Wij bloeden in stilte. Druppel per druppel. Drop by drop. Het gaat hem net om die ene druppel.

Ga voorbij de fenotypes en besef dat er maar één mensenras is. Met vele stammen. Ras is een sociale constructie. Tribaal is triviaal.

Maar waarom klinkt dat zo moeilijk te geloven?

Leugens zijn verhalen met macht. Leugens zijn verhalen plus macht.

Daarom klinken leugens aannemelijker dan de waarheid.

Wie heeft er baat bij de leugen?

Wie houdt hem in stand?

Daarom bieden wij u gecodeerde woorden. Coded language. Opdat u zou luisteren. Opdat wij u niet zouden kwetsen. Of erger nog: dat u zich schuldig zou voelen. Wij dragen de schuld wel voor u. Sla ons op ons achterste en wij galopperen de woestijn in. We zullen er niet bokkig om zijn.

Wij maken een reis au bout de la nuit. Helter Skelter tegemoet. The wormwood star staat hoog aan de heldere hemel.

Wij zijn mixed-up, but don’t get it twisted.

Wij zijn hybride exoten. Aanlokkelijk. Verboden vruchten welwillend geplukt. Net niet gevaarlijk genoeg om te bijten, maar toch… Des petits fétiches om uw lusten op bot te vieren.

Aai maar. Graai maar.

U bent misschien gewoke-washet, maar in uw geest worden handjes gekapt.

Later wanneer we groot zijn, is iedereen beige. En dat is geen doel, maar ook geen probleem. Bastaarden zijn de kinderen van morgen. En wij vragen niet veel. Maar wat we vragen is best veel.

Alleen dat u zichzelf bevraagt. Durf te vragen. Vraag zodat wij bestaan.

We zijn allemaal nog zo klein.