Wim Vandekeybus (1963) bewandelde een ongebruikelijke route naar de internationale podia. Opgegroeid op het Kempische platteland volgde hij zijn vader, een gedreven dierenarts, van stal tot stal. Ondanks een academisch vervolg aan de faculteit Psychologie van de KU Leuven, ontdekte hij al snel dat de lokroep van creativiteit en performance krachtiger was dan de wetenschappelijke rationaliteit van zijn opleiding. Het keerpunt kwam in 1986 toen Vandekeybus zijn entree maakte als performer in Jan Fabres The Power of Theatrical Madness (1984), een intuïtieve beslissing die zijn leven voorgoed richting het podium en de theaterwereld stuwde.
Een jaar later richtte Vandekeybus, ondanks het gebrek aan substantiële financiering, vastberaden zijn eigen dansgezelschap Ultima Vez op. De Spaanse naam verwees naar zijn voornemen dat dit de eerste en meteen de laatste keer zou zijn dat hij zoiets ondernam.. Zijn benadering was vanaf het prille begin veeleisend en stond voortdurend onder hoogspanning, waarbij hij zijn performers uitdaagde om telkens alles te geven, alsof het werkelijk de laatste keer was. Met zijn debuutproductie What the Body Does Not Remember (1987) ontketende Vandekeybus een ware artistieke storm. Het was geen gewone voorstelling, maar eerder een rauwe, fysieke belevenis; een tabula rasa van het al gekende, zoals hij het later zou omschrijven. De voorstelling onthulde de essentie van instinctieve reflexen, geworteld in de onversneden realiteit van het bestaan. Ze legde de fundamenten voor Vandekeybus’ kenmerkende danstaal. Performers wierpen stenen boven hun hoofd terwijl ze met toenemende snelheid over het podium renden: letterlijk dansen tot op de rand van de afgrond. De voorstelling werd bekroond met een Bessie Award voor grensverleggend werk in New York en lanceerde Ultima Vez op slag richting de wereldpodia