Muziek visualiseren met OPUS
In OPUS (2017) neemt Papadopoulos Die Kunst der Fuge, Contrapunctus 1 van Johann Sebastian Bach als uitgangspunt.
‘Bij het luisteren naar klassieke muziek', vertelt de choreograaf, 'zie ik een explosie van beweging in mijn hoofd. Ik zie hoe de verschillende geluiden samenwerken, hoe een ritmisch spel plaatsvindt in de ruimte. Ik kan alle dialogen tussen de instrumenten zien. En ik vroeg me af: hoe kan je muziek visualiseren?'
Klassieke muziek wordt vaak gekenmerkt door een strakke structuur en artistieke complexiteit vol van emotie en interpretatie. Maar OPUS probeert die structuur visueel vorm te geven op het toneel en laat de dansers zich loskoppelen van de sentimentele impact van de muziek en de tendens om die te interpreteren. De partituur wordt een blauwdruk voor de choreografie: soms volgt het lichaam de ritmes, soms de melodieën, soms één of meer instrumenten. Zo wordt OPUS een nieuwe code voor het ontcijferen van de muzikale compositie.
De bewegingen blijven klein en subtiel: een houding gaat over in een andere, een lidmaat wordt gestrekt en weer gebogen, een kleine buiging en een draai van het hoofd. De trajecten die de lichaamsdelen zo afleggen komen overeen met de boogstreken van de strijkinstrumenten die we horen. Met ingrepen zoals fast forward, pause en rewind lijkt het alsof elke beweging forensisch wordt onderzocht.
Uiteindelijk vinden de dansers elkaar toch in een synchronie.