• Seizoen 26/27
  • Interview

In wat voor Vlaanderen willen we wonen?

Interview Jan Vandenhouwe

door Ilse Degryse / Foto Koen Broos, do 23 apr 2026

'Alle identiteiten zijn meerlagig, maar de Vlaamse is bij uitstek een morsig en vaak speels samenraapsel van invloeden en kruisbestuivingen’, zegt artistiek directeur Jan Vandenhouwe. Dit seizoen gaat Opera Ballet Vlaanderen onder de vlag À la flamande op zoek naar wat ons verbindt met België, Europa en de rest van de wereld en wat mogelijke toekomsten voor Vlaanderen zijn.

Waarom heeft seizoen 26/27 de slagzin À la flamande gekregen?

Verschillende thematische lijnen kruisen elkaar. Ten eerste brengen we drie operaprojecten in het Nederlands: De Materie van Louis Andriessen, Lucifer en De Schelde van FC Bergman naar Peter Benoit en De draaischijf naar de roman van Tom Lanoye. Daarnaast hebben we meerdere voorstellingen waarin Vlaanderen inhoudelijk een belangrijke rol speelt en meer bepaald de rivier de Schelde. Met onze dansprogrammering duiken we dan weer in het repertoire van de choreografen van de zogenaamde ‘Vlaamse Golf’, die in de jaren 1980 en 1990 ons land internationaal op de kaart hebben gezet.

‘In onze zoektocht laten we ons voeden door kennis van het verleden en laten we ons inspireren door het rijke repertoire uit de opera-, dans- en muziekgeschiedenis’

— Jan Vandenhouwe

Overkoepelend willen we het met al onze voorstellingen hebben over de vraag in wat voor Vlaanderen we willen leven en wat mogelijke toekomsten zijn? We willen nadenken over actuele thema’s die Vlaanderen nauw verbinden met België, Europa en de rest van de wereld. In onze zoektocht naar antwoorden laten we ons voeden door kennis van het verleden en laten we ons inspireren door het rijke repertoire uit de opera-, dans- en muziekgeschiedenis. Wat daarbij meteen duidelijk wordt, is hoe moeilijk ‘Vlaams’ te definiëren valt. Alle identiteiten zijn meerlagig, maar de Vlaamse is bij uitstek een morsig en vaak speels samenraapsel van invloeden en kruisbestuivingen.

‘De makers van FC Bergman kwamen zelf met het idee om iets met twee oratoria van Peter Benoit te doen. Zij zullen er hun eigen bijzondere, visuele dramaturgie aan geven’

— Jan Vandenhouwe

Beginnen we met de operaproductie Lucifer en De Schelde naar Peter Benoit. Een verrassende keuze misschien?

Het waren de makers van FC Bergman die – na het monstersucces van Les Pêcheurs de perles – zelf met het idee kwamen om iets met die twee oratoria van Benoit te doen. Dat heeft mij ook wel een beetje verrast, moet ik toegeven. Stef Aerts en Marie Vinck zijn met name geprikkeld door het feit dat die oratoria in het Nederlands geschreven zijn en zij zullen er hun eigen bijzondere, visuele dramaturgie aan geven. Twee verhalen komen samen in de voorstelling: het verhaal van Lucifer, de figuur die de wereld in chaos stort, en het verhaal over de Schelde, als bron van nijverheid, handel en vooruitgang in Antwerpen. De Schelde gaat over het naïeve optimisme van een wereld die steeds meer wil. Lucifer toont de gevolgen van een op hol geslagen vooruitgangsdenken. Peter Benoit lag uiteraard ook aan de basis van de Vlaamse Opera en het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen. Het Nederlands staat vandaag als cultuur- en wetenschapstaal steeds meer onder druk. Op cultuur en kunstonderwijs wordt wereldwijd bespaard. Het is dan ook fascinerend te zien welke rol cultuur en muziek meer dan een eeuw geleden konden spelen in de emancipatie van een taalgemeenschap en hoe zij mee een nieuwe dynamiek hebben gebracht in de samenleving.

De Vlaamse Opera speelt een belangrijke rol in de succesroman De draaischijf van Tom Lanoye.

In De draaischijf komt een ander, duister aspect van onze geschiedenis aan bod. Lanoye laat vlijmscherp zien tot welke uitwassen een doorgedreven nationalisme en een eng identitair denken kunnen leiden. We mogen niet vergeten dat tijdens de nazi-bezetting van Antwerpen de chef-dirigent in een SS-uniform Die Meistersinger von Nürnberg in onze bak heeft gedirigeerd. Dat houdt ons een spiegel voor. De razzia’s die Lanoye beschrijft, zijn, als je bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten kijkt, helaas nog aan de orde van de dag. Het is een verhaal dat we niet uit de weg mogen gaan als we nadenken over het Vlaanderen van de toekomst. Welke keuzes hadden we destijds zelf gemaakt? Welke keuzes zullen we als cultuurmakers maken wanneer de wereld verder blijft polariseren en verharden?

De draaischijf wordt een theatermonoloog gebracht door Peter Van den Begin, met een nieuwe orkestpartituur van componist Steven Prengels.

Steven Prengels, die we kennen van C(H)ŒURS en Ombra van Alain Platel, verweeft de muziek die in het boek vermeld wordt ook in zijn partituur. Wat ik er bovendien boeiend aan vind: Peter Benoit heeft in 1893 het Nederlandsch Lyrisch Tooneel opgericht als voorloper van de Vlaamse Opera. Daar werden Nederlandstalige toneelteksten ritmisch gesproken boven een live-orkestbegeleiding. Onze Draaischijf knoopt weer bij die traditie aan. Het is een interessante hybride vorm tussen theater en opera. Ook zetten we hiermee onze reeks van succesvolle romanbewerkingen verder, denk aan Brodeck of De bekeerlinge.

‘In De draaischijf komt een ander, duister aspect van onze geschiedenis aan bod. Tom Lanoye laat vlijmscherp zien tot welke uitwassen een doorgedreven nationalisme en een eng identitair denken kunnen leiden’

— Jan Vandenhouwe

Over hybride producties gesproken: onze grote opener van het seizoen is De Materie van Louis Andriessen, in een regie van Phia Ménard en met een choreografie van Antonio De Rosa en Mattia Russo (KOR’SIA).

Dat is het soort productie waar ons huis intussen voor bekend staat. Koor, orkest en dans worden samengebracht in een totaalspektakel dat een breed publiek aanspreekt en waar verschillende generaties en groepen elkaar ontmoeten. De Materie ligt in de lijn van het overdonderende Satyagraha van enkele jaren geleden.

Kan je iets meer vertellen over het werk zelf? De Materie is misschien niet zo bekend in Vlaanderen.

De Materie is het hoofdwerk van Louis Andriessen, zonder twijfel de belangrijkste Nederlandse componist van de laatste eeuwen. Hij heeft op een heel eigen, radicale manier een antwoord gegeven op het Amerikaanse minimalisme. Je kan hem in één adem noemen met componisten zoals Philip Glass en Steve Reich. De Materie vertelt geen zuiver lineair verhaal, maar vormt een eerder associatief werk over hoe de geest de materie beïnvloedt en omgekeerd. Het heeft vier hoofdstukken: een rond de 17e-eeuwse scheepsbouw, een rond de Antwerpse mystica Hadewijch, een rond Piet Mondriaan en een rond Marie Curie.

‘De Materie is het soort hybride productie waar ons huis intussen voor bekend staat, een totaalspektakel dat een breed publiek kan aanspreken en waar generaties en groepen elkaar kunnen ontmoeten’

— Jan Vandenhouwe

Dat klinkt vrij abstract.

Oh, maar het wordt ook een emotionele avond. De muziek uit het deel over Hadewijch is bijvoorbeeld onaards mooi, extatisch zelfs. In het luik over Mondriaan krijgt ze een swingend, dansant karakter, wordt het boogiewoogie. De samenstelling van het orkest is ook bijzonder. Andriessen had het zelf over een ‘groot ensemble’: veel slagwerk waaronder ook vier autobumpers, saxofoons, basklarinetten en een contrabasklarinet, elektrische gitaren, basgitaar, synthesizers, piano’s, etc. Wat daarnaast zo aanspreekt in De Materie, is de Europese dimensie. Het werk brengt verhalen uit verschillende landen en naast het Nederlands komen er ook andere talen in voor. Dat Europese karakter is een wezenskenmerk van onze kunstvormen, die steeds verschillende invloeden samenbrengen en dus per definitie onzuiver zijn.

In welke werken in seizoen 26/27 zie je die Europese dimensie verder?

We brengen Hector Berlioz’ versie van de opera Orphée et Eurydice van Christoph Willibald Gluck, in een concertante uitvoering: een oude Griekse mythe, het verhaal van Orpheus, heeft hier een Duitse componist uit de verlichting geïnspireerd om een opera in het Italiaans te schrijven die later in het Frans werd bewerkt. Voor Lohengrin heeft Wagner zich laten inspireren door een middeleeuwse sage die in Antwerpen speelt. Christendom en Germaanse mythologie botsen op elkaar. La traviata is dan weer een Frans verhaal dat zich in Parijs afspeelt en door de Italiaanse componist Verdi tot een opera werd gemaakt, die wij in de regie van de Belg Tom Goossens brengen. Al die werken verklanken waarden, idealen en passies die Europa door de eeuwen bezield hebben: van de antieke oudheid en de middeleeuwen over de verlichting en de romantiek tot de postmoderniteit.

Gaan we even terug naar die kruisbestuivingen in onze kunstvormen waar je het in het begin over had. Die karakteriseren bij uitstek de choreografen van de Vlaamse Golf, die in de jaren 1980 en 1990 de wereld bestormden.

Als je er meer precies naar kijkt, kom je snel tot het besef dat onze Vlaamse dans ondenkbaar is zonder internationale beïnvloeding. Anne Teresa De Keersmaeker is ondenkbaar zonder het werk van de Amerikaanse postmodernisten van de tweede helft van de 20e eeuw. Alain Platel is schatplichtig aan choreografen zoals Pina Bausch. Zeker Alain Platel heeft dat onzuivere waar ik het eerder over had, altijd opgezocht. Het doet me veel plezier dat we ons dansseizoen afsluiten met een nieuwe creatie van hem, Soûl, op het symfonische gedicht Totenfeier van Gustav Mahler, een vroege versie van zijn tweede symfonie. Soûl brengen we in een double bill met Adagio van Pina Bausch, op de tiende symfonie van diezelfde Mahler. Dat wordt een erg mooie avond, live begeleid door ons orkest.

De strijkers van OBV begeleiden ook de dansvoorstelling Bartók / Beethoven / Schönberg, waarmee we drie klassiekers uit het oeuvre van onze associate artist Anne Teresa De Keersmaeker aan ons repertoire toevoegen.

We hebben een jarenlang traject met Anne Teresa De Keersmaeker. Met Fase (seizoen 23/24) hebben we gefocust op echt vroeg werk van haar uit 1982. Rain (seizoen 24/25) ontstond in 2001. Dit seizoen brengen we drie iconische choreografieën die ze in de jaren 1980 en 1990 gecreëerd heeft op muzikale meesterwerken: Bartóks vierde strijkkwartet, de Grosse Fuge van Beethoven en Verklärte Nacht van Schönberg. Als geen ander maakt Anne Teresa De Keersmaeker muzikale structuren zichtbaar in haar dans. Het is fantastisch dat onze dansers dit met de strijkers van ons orkest kunnen brengen.

Van Alain Platel en Anne Teresa De Keersmaeker gaan we naadloos naar Zoë Demoustier, want het een heeft wel wat met het ander te maken…

Zoë Demoustier neemt voor A Wave de generatie van niet alleen Anne Teresa De Keersmaeker en Alain Platel, maar ook Wim Vandekeybus en Marc Vanrunxt als vertrekpunt. Zoë is een jonge choreografe die altijd veel over die dansklassiekers heeft gehoord, maar ze zelden of nooit live op het podium heeft gezien. In haar voorstelling onderzoekt ze hoe dat kostbare danserfgoed vandaag doorgegeven kan worden. Ze maakt A Wave met een diverse groep van medemakers: dansers van Opera Ballet Vlaanderen, aangevuld door jongeren, een danser met een beperking van Platform K en iconische dansers die de stukken van weleer creëerden.

Verder op het dansprogramma staan twee grote namen: Marcos Morau brengt The Sleeping Beauty en Trajal Harrell maakt een choreografie op de Winterreise van Schubert.

Marcos Morau kennen we intussen goed dankzij Romeo + Julia, dat niet alleen ons publiek in Antwerpen en Gent heeft verrukt, maar ook internationaal onder luid gejuich op tournee is geweest. Met The Sleeping Beauty brengt hij zijn eigen onstuimige, even poëtische als adembenemende visie op de balletklassieker De schone slaapster van Tsjaikovski. Trajal Harrell gaat aan de slag met een van de hoofdwerken van de romantiek, de Winterreise van Schubert. Het is voor ons een eer dat een van de meest gevraagde choreografen – kunstenaars tout court – die op alle grote festivals staat, voor het eerst een choreografie maakt op een klassieke partituur. Ook dat wordt opnieuw een hybride productie met onze dansers, operazangers en livemuziek.

Kan je iets meer vertellen over Trajal Harrell? Hoe zou je zijn danstaal omschrijven?

Trajal Harrell is een Amerikaanse choreograaf die zich liet inspireren door het New Yorkse nachtleven van de jaren 1980. Het was de periode van de ondergrondse vogue, ontstaan in de Afro- en Latijns-Amerikaanse lhbtqia+-gemeenschap, waar iedereen transformeerde tot wie die maar wilde zijn. In vogueing draait het erom je met kledij en andere vormen van zelfexpressie te bevrijden van hoe anderen naar je kijken. Dat past helemaal bij het verhaal van Franz Schubert, die als queer componist in het begin van de 19e eeuw in Wenen ook tot een subcultuur of underground behoorde. Schuberts liederen vormden een onthutsend moderne tegenstem in tijden van conservatisme en reactionaire politiek. Het zijn hele andere tijden, maar er zijn fascinerende overeenkomsten.

Keren we nog even terug naar À la flamande en de Schelde. Die rivier zien we opduiken in meerdere producties.

Klopt, ze stroomt niet enkel door het gelijknamige oratorium van Peter Benoit en De Materie. Ook de graalridder Lohengrin komt op een zwaan op de Schelde naar Antwerpen. De Schelde stroomt ook door Gent, wat ons bij Der Schmied von Gent brengt, de opera die Franz Schreker componeerde naar een oud volksverhaal verteld door Charles De Coster. Via de Schelde, en de havens die daarmee verbonden zijn, zijn internationale contacten en tendensen in de loop van de geschiedenis steeds naar Vlaanderen gekomen. Tegelijk is de kolonisatie van Congo grotendeels via die rivier gebeurd. Het is dus opnieuw ambigu, maar de Schelde is wel altijd de opening naar de wereld geweest.

‘Via de Schelde, en de havens daarmee verbonden, zijn internationale contacten en tendensen steeds naar Vlaanderen gekomen. Tegelijk is de kolonisatie van Congo grotendeels via die rivier gebeurd’

— Jan Vandenhouwe

Met Der Schmied von Gent keert de internationaal bejubelde productie van Ersan Mondtag terug.

Ik ben blij dat we dat stuk na zes jaar opnieuw kunnen brengen. Der Schmied von Gent was in veel opzichten een ontdekking: van een geweldige partituur én van Ersan Mondtag. Het was zijn allereerste operaregie. Zijn Schmied – met spectaculaire set en kostuums – heeft pers en publiek omvergeblazen én bracht tegelijk een kritische boodschap over ons eigen koloniale verleden. De productie is ook internationaal in de prijzen gevallen. De komende jaren zijn de opera’s van Ersan Mondtag te zien op de Salzburger Festspiele en in de Wiener Staatsoper. Om maar te zeggen: het doet me nog altijd veel plezier dat we hem toen hebben kunnen overtuigen om de stap te zetten van theater naar opera.

Nu we toch in Gent zijn: belangrijk om te onderstrepen is dat Opera Ballet Vlaanderen met een stevig programma aanwezig blijft in de Arteveldestad.

Klopt helemaal. Winterreise en A Wave brengen we in De Vooruit, met onze concerten en concertante opera’s Orphée et Eurydice en Lohengrin staan we opnieuw in De Bijloke, aperitiefconcerten brengen we in de MIRY concertzaal. De Capitole ontvangt ons voor Bartók / Beethoven / Schönberg, The Sleeping Beauty en De draaischijf. We trappen ons seizoen ook af in Gent met De opstand van de gevels. Dat project van theatermaker Thomas Verstraeten, dat bestaat uit een feestelijke parade en een muziektheatervoorstelling in NTGent, toont bij uitstek de diversiteit van de stad. Samen met een nieuw Gents stadsorkest brengt Thomas Verstraeten de hedendaagse maatschappij tot klinken en stelt hij vragen als: wat is centrum, wat is periferie, wat is echt en wat is geïdealiseerd verleden?

Het zijn vragen die ook aan de orde komen in onze panelgesprekken, een nieuw initiatief van OBV onder de titel AAN TAFEL. Dat brengt een reflectie over Vlaanderen in de grote(re) buitenwereld.

Ons jaarthema pakken we op tijdens drie panelgesprekken. Ze zijn een actieve uitnodiging om verder aan de slag te gaan met de vragen die onze producties aanreiken en met het idee dat we in Vlaanderen steeds als een spons verschillende invloeden gewillig hebben opgenomen. Daarbij deze gedachte: Europa wordt in de nieuwe wereldorde in het nauw gedreven door autoritair geleide continenten. Uiteraard is het dan belangrijk om economisch en militair sterk te staan, maar minstens even urgent is het om de Europese waarden te blijven verdedigen en te blijven investeren in kunst en cultuur. Een gezonde democratie geeft cultuur alle vrijheid en laat die bloeien. Een gezonde democratie leert ook uit het verleden. Om de gesprekken alvast in gang te trekken, hebben we voor deze brochure aan drie auteurs gevraagd een kritische bijdrage te schrijven: Tom Lanoye, Rashif El Kaoui en Sibo Kanobana.

Last but not least: we verwelkomen onze nieuwe muziekdirecteur, Stephan Zilias. Dat is een nieuwe start, maar ook een blij weerzien.

We kennen de Duitse dirigent Stephan Zilias inderdaad al goed van Der Freischütz in de regie van Christoph Marthaler in het seizoen 24/25. Toen werd meteen duidelijk dat er een klik is met ons huis en dat Stephan graag met ons orkest aan het werk wil. Bovendien is hij iemand met wie je echt een artistieke dialoog kan voeren, ook met regisseurs. Hij is graag betrokken bij het hele productieproces. Hij is daarnaast een bijzonder ervaren muziekdirecteur en komt van een van de grootste Duitse huizen – Staatsoper Hannover – naar OBV. Ook Francesco Corti, met wie we een traject hebben rond het historisch geïnformeerd spelen van klassieke muziek, komt overigens terug. Na het grote succes van Don Giovanni in 25/26 dirigeert hij komend seizoen Orphée et Eurydice van Gluck. Dat gaat vuurwerk geven!

Ontdek seizoen 26/27