- Seizoen 26/27
- Interview
HET SLEUTELMOMENT VAN ORPHÉE ET EURYDICE, VOLGENS SOPHIE RENNERT
door © Klaas Coulembier, ma 3 aug 2026
De Oostenrijkse mezzosopraan Sophie Rennert kruipt dit najaar in de huid van Orphée, de door Gluck en Berlioz neergezette versie van een van de fascinerendste en meest tragische figuren uit de Griekse mythologie. Tussen de repetities voor andere projecten door vertelt ze wat zij zo bijzonder vindt aan de rol en waar voor haar hét sleutelmoment van de opera Orphée et Eurydice ligt.
Wanneer je als operahuis het verhaal van Orpheus en Eurydice wil brengen, heb je meteen een aantal opties te overwegen. Christoph Willibald Gluck goot het tragische verhaal in 1762 in een Italiaanse opera, die hij twaalf jaar later zelf aanpaste voor een Frans publiek. Bijna honderd jaar na de originele versie bewerkte Hector Berlioz de opera op zijn eigen manier, vanuit een grote liefde voor het vroegklassieke (of laatbarokke) origineel, maar ook met oog voor de eigenheden van de romantiek die op dat moment overheerste. Het is die versie die Opera Ballet Vlaanderen brengt.
En laat dat nu exact de reden zijn waarom deze rol op het lijf van Sophie Rennert geschreven is: ‘Ik focus me zowel op het barokrepertoire als op de romantiek. Dit snijvlak tussen de twee tijdperken is echt helemaal mijn ding. Ongeveer de helft van mijn tijd speel ik trouwens een man op het toneel’, lacht Rennert.
In de oorspronkelijke Italiaanse versie van Gluck werd de rol van Orfeo immers gezongen door een castraat (of alt). Voor de latere Franse versie herschreef Gluck de partij voor een hoge tenor (haute-contre). Berlioz werkte in 1859 nauw samen met de legendarische mezzosopraan Pauline Viardot en zo ontstond een synthese van de twee versies. Hij bracht de rol terug naar de vrouwenstem, maar behield de dramatische Franse structuur en breidde de muziek uit.
Zingen met een enorm stembereik
Dat brengt een enorme vocale uitdaging met zich mee, vooral qua tessituur (stembereik). ‘Het is erg interessant én uitdagend om zo’n groot bereik te moeten overbruggen. Aan het einde van de eerste akte heb je een uiterst virtuoze coloratuuraria die heel sopraan-achtig aanvoelt, terwijl de beroemde aria J'ai perdu mon Eurydice echt geschreven is voor een diepe alt of zelfs contratenor.’
Rennert zoekt in die verschillende registers ook bewust de psychologie van haar personage op: ‘Het is dramatisch gezien erg passend om de heroïsche, hogere stem te gebruiken in de eerste akte. Er is dan nog veel hoop en liefde: Orphée hoort net dat hij Eurydice nog kan redden uit de onderwereld. Naarmate het einde nadert en de tragedie zich voltrekt, zakt ook de stem. De toon wordt serieuzer, strenger en zwaarder van drama. Ik weet niet of Berlioz dat bewust zo gedaan heeft, maar ik hou er wel van om het zo te benaderen.’
Voor Sophie Rennert is het de eerste keer dat ze deze rol zal zingen, al bestudeerde ze de Italiaanse versie wel al tijdens haar studententijd. Met haar huidige ervaring, zowel in opera als in liedrecitals, komt de rol op het juiste moment. Het was trouwens dirigent Francesco Corti die haar opmerkte als zangeres en suggereerde dat zij deze rol zou zingen in Antwerpen.
De onvermijdelijke catastrofe
Hoewel de crux van de opera natuurlijk ligt in het moment dat Orphée zich – alle waarschuwingen ten spijt – omdraait om naar Eurydice te kijken, en op die manier zijn enige kans op hereniging verspeelt, komt het sleutelmoment voor Sophie Rennert net daarvoor. ‘Voor mij komt alles samen in het duet tussen Orphée en Eurydice, net voor het beroemde moment waarop hij zich tóch omdraait. Het is prachtig om hen eindelijk samen te horen zingen, maar het is tegelijk ontzettend dubbel. Ze zingen precies dezelfde woorden, maar ze bedoelen iets totaal anders. Ze bezingen allebei de pijn die ze voelen, maar hun pijn heeft een heel andere oorsprong. Die ultieme miscommunicatie maakt het moment des te aangrijpender. Je voelt de naderende en onvermijdelijke catastrofe al luid en duidelijk in de muziek aanwezig.’
Dat Gluck – tegen de mythologische traditie in – de opera uiteindelijk toch laat eindigen met een lieto fine (een happy end waarbij de Liefde overwint), bekijkt de zangeres met de nodige nuchterheid en humor. ‘Tja, zo werkt opera nu eenmaal. Denk aan Don Giovanni: na een gigantische, dramatische finale is ineens iedereen weer vrolijk. Realistisch is het niet, maar het hoorde bij de zeden en gewoontes van die tijd. En,’ voegt ze er lachend aan toe, ‘dat levert ook meer applaus op, en het publiek gaat toch met een fijner gevoel naar de bar voor een drankje.’
Concertante setting
In Antwerpen wordt Orphée et Eurydice concertant uitgevoerd. Er komen dus geen grootschalige decors of kostuumwissels aan te pas, maar dat vindt Sophie Rennert net een goeie manier om de focus op de psychologie van de personages te leggen. ‘In een volledige regie met kostuums, grime en belichting kan je je als zanger soms een beetje verbergen’, legt ze uit. ‘In een concertante setting sta je er alleen met je stem. Je moet alle kleuren en emoties puur via de klank overbrengen op de zaal. Dat is misschien moeilijker, maar maakt het vaak ook boeiender.’
Dat brengt deze versie van Orphée et Eurydice ook dichter bij een ander genre waar Sophie Rennert zich de voorbije jaren op toelegde: het liedrecital. Ook daar is het zaak om met niets dan de stem een beeldrijke wereld op te roepen, en dan helemaal alleen: ‘Wanneer ik een recital met liederen zing, sta ik daar alleen en is het aan mij om de hele avond te dragen. Er is geen echt rustmoment. Ik vind het dan belangrijk om de aandacht van het publiek vast te houden en niet vastgelijmd te zitten aan de partituur. Die ervaring helpt ook bij opera natuurlijk.’
Een concertante opera dwingt de luisteraar om de eigen verbeeldingskracht te gebruiken. Het is alsof je een meeslepend boek leest zonder afbeeldingen, waarin de woorden volstaan om een imaginaire wereld op te roepen. Rennert vat haar artistieke missie voor de Antwerpse concertreeks dan ook helder samen: ‘In een ideale wereld maakt het niet uit of een productie geënsceneerd is of concertant. Als het publiek de ogen sluit en puur op basis van wat ze horen het verhaal volledig begrijpt en voelt, dan hebben wij ons werk goed gedaan.'
Antwerpen | Gent
Orphée et Eurydice
Christoph Willibald Gluck