- Seizoen 26/27
- Dans
Emotie in beweging
door Kristof Van Baarle, do 23 apr 2026
Het werk van de Amerikaanse choreograaf Trajal Harrell is opwindend, aanstekelijk vrolijk en bevrijdend én tegelijk melancholisch en diep ontroerend. Voor OBV maakt hij dit seizoen voor het eerst een choreografie op een klassiek muziekstuk: de Winterreise van Franz Schubert. Een portret.
Kijken naar het werk van Trajal Harrell (Georgia, VS, 1973) heeft voor mij altijd iets persoonlijks gehad, ik kan er dan ook moeilijk niet in de eerste persoon enkelvoud over beginnen te schrijven. Ik zag mijn eerste voorstelling van Trajal Harrell in 2011 in New York, in The Kitchen, een zaal waar al meer dan vijftig jaar avant-garde dans en performance werk getoond wordt. Op straat, bij de ingang, stonden de performers het publiek al op te wachten. Die intrigerende, charismatische mensen – queer, en vooral ‘here’ – maakten indruk op mijn 21-jarige zelf. ‘I don’t work with wallflowers’, zei Harrell later in een interview, en dat gaat inderdaad op voor de cast van elk van zijn voorstellingen en performances. Toen in 2011 woonde ik (M)imosa: Twenty Looks or Paris is Burning at The Judson Church (M) bij. Het was de ‘medium-size’ voorstelling van een vijfdelig project (XS, S, M, L, XL) waarin Harrell twee werelden met elkaar vermengde, zonder ze aan eigenheid te laten inboeten: die van de ballrooms en vogueing enerzijds, en die van de postmoderne dans anderzijds.
Postmodern x ballroom
Paris is burning is de legendarische documentaire van Jennie Livingstone uit 1991 waarin de ballroom scene in het Harlem van de jaren 1980 in beeld gebracht werd. Ballrooms waren plekken waar de queer gemeenschap, voornamelijk van kleur, samen kwam om balls te houden: een vorm van competitie waarin in verschillende categorieën allerlei genderstereotiepen en -eigenschappen geperformed, vervormd en toegeëigend werden. Daarvoor keken de deelnemers naar wat op straat en in de popcultuur gebeurde – en zeker ook naar de mode. Naar analogie met de grote modehuizen organiseerden leden zich in ‘huizen’ die hun naam vaak ontleenden aan grote labels, zoals Chanel, Saint Laurent of Mugler. Die huizen waren zowel teams als sociale en persoonlijke ondersteuningsnetwerken: een chosen family. Ook naar analogie met de mode was de dansvloer een soort catwalk waarop geparadeerd werd en poses werden aangenomen. Het lichaam met outfit vormde samen een ‘look’. Er ontstond een heel bewegingsvocabularium, een eigen dans, die vogueing genoemd wordt.
‘Naar analogie met de mode was de dansvloer een soort catwalk waarop geparadeerd werd en poses werden aangenomen. Er ontstond een eigen "dans", die "vogueing" genoemd wordt’
Judson Church was dan weer de kerk in downtown New York, in Greenwich Village, waar de postmoderne dans zich ontwikkelde in het Judson Dance Theater in de vroege jaren 1960. Sleutelfiguren zoals Trisha Brown, Yvonne Rainer, Lucinda Childs en Steve Paxton creëerden hun eigen dansvocabularium door alledaagse bewegingen te verkennen en te integreren. Op het eerste gezicht klinkt dat wat tegenstrijdig, maar net daardoor kreeg hun werk een conceptuele lading. De groep mensen die zich in Judson Dance Theater verzamelde, legde de basis voor wat nu postmoderne dans genoemd wordt, en wat zich later ontwikkelde tot hedendaagse dans.
Wat als de grofweg 10 kilometer tussen beide plekken en de afstand tussen beide gemeenschappen en tijden overbrugd konden worden? Dat gebeurde al enigszins in de figuur van Harrell zelf, die als Afro-Amerikaan onder andere dans studeerde in de Trisha Brown School en de Martha Graham School of Contemporary Dance, maar ook American Studies deed aan Yale. De praktijk en geschiedenis van de postmoderne en daaruit voortvloeiende hedendaagse dans, de verbinding met de ballrooms en een theoretische blik op de maatschappij: samen vormen ze de voedingsbodem voor Harrells rijke oeuvre.
Vogueing, queerness, catwalk, mode, kledingstukken die letterlijk ‘gedragen’ worden, zijn dan ook ingrediënten die Harrell blijft verwerken en herformuleren doorheen zijn erg consistente oeuvre. Uit de postmoderne dans neemt hij mee dat vogueing geïntegreerd kan worden in choreografie, dat het ‘queer alledaagse’ deel van een dans kan zijn – poses, blikken, ‘fierceness’, maar ook dat uit die vormen een abstractie en minimalisme gepuurd kunnen worden alsook complexe groepschoreografieën. Niet zelden is er ook een ‘MC’ een ‘master of ceremonies’ die wat gebeurt becommentarieert, dansers introduceert of simpelweg een anekdote deelt.
‘I don’t work with wallflowers’, zei Harrell in een interview, en dat gaat inderdaad op voor de cast van elk van zijn voorstellingen en performances'
Vrolijke tragiek en plezierige melancholie
Emotie kan je als een derde pijler beschouwen van Harrells werk. De levenskracht en de vreugde van het performen stralen van de dansers af. Harrell is ook een melancholische maker en danser. Gemis, pijn, rouw, tragiek: het zijn universele emoties die niet zelden de andere zijde van de munt vormen. Het plezier van de zelfexpressie en ontplooiing gaat gepaard met het verdriet om de prijs die daar toen en vandaag nog al te vaak voor betaald moet worden. Die vrolijke tragiek en plezierige melancholie is wat Harrells toon zo ontroerend en specifiek maakt. Bijvoorbeeld in het wondermooie Köln Concert (2020), waarin hij een choreografie maakte op Keith Jarrets iconische concert, gevolgd door een aantal nummers van Joni Mitchell. De voorstelling vatte op treffende wijze het isolement, de melancholie en het verlangen naar fysiek gezelschap dat de coronaperiode zo kenmerkte.
Welcome to Asbestos Hall
De voorbije jaren toerde Harells werk internationaal langs grote podia, galerijen en musea. Toch lijkt dat succes ook weer heimwee op te roepen naar de underground en het gemeenschapsgevoel dat daarbij hoort. In het project Welcome to Asbestos Hall (2025) keerde Harrell terug naar het vrije, ongedwongen werk van proberen, onderzoeken en mensen samenbrengen rond kunst. Tijdens het Holland Festival liet Harrell daarin de legendarische studio van Tatsumi Hijikata herleven, een van de grondleggers van de Japanse butoh-dans in de jaren 1960.
Het voorbije decennium vond Harrell regelmatig een rijke bron in die dansvorm om emoties vorm te geven. Butoh was tegelijk een reactie op het trauma van de Tweede Wereldoorlog en een zoektocht naar een nieuwe, open bewegingstaal. Hijikata omschreef butoh eens als ‘een dood lichaam dat wanhopig opstaat’. Het lichaam is er fragiel en rauw, maar ook verbonden met invloeden uit de popcultuur. Taboes rond (homo)seksualiteit worden doorbroken. In het werken met groteske gezichtsuitdrukkingen en een grote concentratie om te reageren op gevoel beïnvloedt butoh de bewegingen, maar het is vooral als dans die in relatie staat tot de doden, duisternis, verval, spoken en herinnering dat ze een bron is die resoneert met Harrells werk.
Genereuze muziek
Muziek speelt niet zelden een belangrijke rol in Harrells voorstellingen. Referenties uit (ouder en hedendaagser) klassiek, pop, jazz, folk, soul en r&b vormen een muziekdramaturgie die een essentieel onderdeel uitmaakt van het werk. Niet enkel omdat de nummers soms verbonden zijn met topics of gemeenschappen, maar ook omdat ze een emotionele lijn trekken door de stukken. Muziek onderstreept, stuwt voort, biedt de cadans, voedt de emotie en expressie. Het genereuze gebruik van muziek draagt eraan bij dat Harrells werk de gemeenschappen waaruit hij inspiratie haalt overstijgt – hoewel hij er tegelijk ook trouw aan blijft – en vele publieken en levenservaringen aanspreekt.
Trajal Harrell behoort dan ook tot het kruim van de internationale dans en performance scene. Voorstellingen op het Cour d’honneur in het Festival van Avignon, artist in residence bij het MoMA, centrale gast in het Festival d’Automne in 2024, centrale gast in het Holland Festival in 2025 en een zilveren leeuw op de Biënnale van Venetië in 2024 zijn slechts enkele blijken van waardering. Na een periode als maker bij het Schauspielhaus Zürich (2019-2024) richtte hij er het Zürich Dance Ensemble op in 2024. In België werd zijn werk eerst bij Kunstencentrum CAMPO getoond, later op KunstenfestivaldesArts en nu bij Opera Ballet Vlaanderen. Schuberts Winterreise, met zijn rijke emoties, melancholie, een persoonlijke tocht: dat moet wel een kolfje naar de hand van Harrell zijn.
Antwerpen | Gent
Winterreise
Trajal Harrell / Franz Schubert