• Ballet
  • Orkest
  • Seizoen 25/26

De orkestrale krachttoer van Rites

Precisie en overgave: Boléro, La Valse en Le Sacre du printemps

door Koen Bollen, vr 19 dec 2025

2425 NOR productiefotografie concertante Norma Alejo Perez c Tom Cornille OBV 02316

In de voorstelling Rites staan drie orkestrale meesterwerken op de affiche: Ravels hypnotiserende Boléro, zijn wervelende La Valse en Stravinsky’s Le Sacre du printemps. Ze vragen niet alleen het uiterste van de dansers, maar ook van het orkest.

In Rites treden een kleine zeventig muzikanten van het Symfonisch Orkest Opera Ballet Vlaanderen aan, onder leiding van dirigent Karel Deseure. Daartegenover staat een indrukwekkend tableau van dansers: vijftig in Bolero X, één enkele in La Valse en een dertigtal in Le Sacre du printemps. Beide groepen wacht een flinke uitdaging en dus trainen de muzikanten net als de dansers. ‘Elke dag studeer ik minstens zeventig minuten: techniek, ademhaling, toonladders – het is topsport’, zegt klarinettiste Nele Delafonteyne. Trompettist Serge Rigaumont beaamt: ‘Koperblazers moeten uren kloppen – het is pure power training. Mijn dagelijkse routine duurt sowieso één tot twee uur. Als we vervolgens de hele middag en avond repeteren, voel je dat wel. De fysieke voorbereiding maakt dat je er echt kan staan tijdens de voorstelling.’ Ook de mentale kracht speelt mee. ‘Je bent tegelijk deel van het collectief én solist‘, zegt trombonist Carlo Mertens. ‘Soms speel je zeven minuten niets, en dan moet je in één seconde raak schieten met je solo. Dat vergt absolute focus.’


DE ROES VAN HERHALING – RAVELS BOLÉRO

De kleine trom houdt de ritmische hartslag gestaag aan – een onafgebroken ostinato – waarboven het orkest zich als een organisme ontvouwt. Twee melodieën worden alternerend gespeeld en doorgegeven van instrument tot instrument: fluit, klarinet, fagot, hoorn, saxofoon... tot het hele orkest meezindert in één lange adem. ‘Iedereen kent de muziek’, zegt fagottist Rémy Roux. ‘Boléro zou om de zeven seconden ergens ter wereld worden gespeeld, maar voor ons blijft het een flinke uitdaging. De fagot komt al vroeg aan bod – en dat moet meteen juist zijn, want je kan je achter niemand verschuilen. Je staat als het ware in je blootje.’

Boléro is pure concentratie. Alsof je in een trance speelt: één adem, één beweging

— Nele Delafonteyne

Maurice Ravel (1875-1937) componeerde Boléro in 1928 in opdracht van de danseres Ida Rubinstein. Oorspronkelijk had hij een werk van Isaac Albéniz willen orkestreren, maar door problemen met auteursrechten besloot hij iets nieuws te schrijven. Hij noemde het zelf ‘een stuk zonder muziek, enkel orkestratie’. Toch is Boléro allesbehalve een lege huls: de hypnotiserende herhaling, het magistrale crescendo en de sensuele melodieën maken het tot een tijdloos meesterwerk.

Boléro is pure concentratie’, zegt Nele Delafonteyne. ‘Alsof je in een trance speelt: één adem, één beweging.’ Carlo Mertens noemt het ‘zowel technisch veeleisend als enorm kwetsbaar door de vele solo’s’. Hij traint er letterlijk voor: ‘Ik sport sinds de zomer dagelijks een uur om mijn concentratie scherp te houden. In januari moeten we op topniveau zijn – fysiek én mentaal.’ Dat het bijzonder zal worden, staat ook voor hem buiten kijf. Mertens mag een van de beroemdste solo’s voor trombone spelen: ‘Trombonisten zitten meestal achterin, je staat niet altijd in het middelpunt van de belangstelling. Maar bij Boléro moet je in topvorm zijn, anders haal je het niet. Ik ben waarschijnlijk de oudste trombonist die Boléro nog speelt, want na je 45e wordt het fysiek bijna onmogelijk.’ Ook trompettist Serge Rigaumont, aanvoerder van zijn instrumentengroep, vervult in Boléro een voor hem bijzondere rol. ‘Ik speel niet de eerste trompet zoals anders, maar de piccolo-trompet. Dat instrument wordt vaak gebruikt als extra kleur, typisch in Franse muziek. Mijn partij komt pas helemaal aan het einde, wanneer het orkest al meer dan tien minuten bezig is. Dat geeft een bijzonder effect: een felle, heldere klank bovenop het massieve orkestgeluid.’

DE WALS ALS WERVELENDE STORM – RAVELS LA VALSE

Waar Boléro hypnotiseert, sleurt La Valse je mee in een draaikolk. Ravel noemde het een ‘poème chorégraphique’, oorspronkelijk in 1906 bedacht als ode aan de koning van de wals, Johann Strauss II. Nog voor Ravel zich aan de compositie zette, veranderde de wereld echter drastisch. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij als chauffeur aan het front, waar hij de verschrikkingen van dichtbij meemaakte. Getekend door die ervaringen, en diep getroffen door de dood van zijn moeder, realiseerde hij zijn oude idee op een heel andere manier.

Wat begon als een feest, eindigde als een muzikaal visioen van verval. De beroemde directeur van de Ballets Russes, Sergei Diaghilev, die de opdracht voor het stuk gegeven had, weigerde het uiteindelijk op te voeren: ‘Geen ballet,’ zei hij, ‘maar het portret van een ballet.’ Bij de concertante première iets later klonken reacties dat La Valse een allegorie zou zijn op de ondergang van het oude Europa of zelfs een danse macabre, maar Ravel ontkende dat met klem. Toch zei hij enkele jaren later tegen choreografe Sonia Korty, die in Antwerpen als eerste Ravels toestemming kreeg om La Valse op de planken te brengen: ‘Vergeet niet dat dit een tragedie is – in de Griekse zin.’

La Valse is geen klassieke nieuwjaarswals’, vertelt Rémy Roux. ‘De naam misleidt; het is veel grilliger en donkerder.’ Ravels turbulente compositie begint in nevel: lage contrabassen brommen en flarden van walsmelodieën flakkeren op tot – zoals in de partituur staat – ‘een balzaal oplicht’. Wat volgt zijn twee golven van extatische walsen, die achtereenvolgens uitmonden in een complete destructie. ‘La Valse is een stuk dat op glad ijs begint – je moet echt samen het juiste spoor vinden. Maar als het lukt, is dat pure euforie. Wanneer het orkest in de climax helemaal samenkomt, is dat een absoluut hoogtepunt’, zegt Nele Delafonteyne. ‘Het gaat mij er nooit om individueel te schitteren, maar om samen die ene adem, die ene kleur te vinden. Ik ben benieuwd hoe La Valse zal aanvoelen met de dans erbij.’

2526 BVS repetitiebeeld Rites La Valse Nacera Belaza c Phile Deprez OBV 7752 1
La Valse © Phile Deprez

DE OERENERGIE VAN HET LENTE-OFFER – STRAVINSKY'S LE SACRE DU PRINTEMPS

Le Sacre du printemps van Igor Stravinsky (1882–1971), in 1913 gecreëerd op een choreografie van Vaslav Nijinski voor de Ballets Russes, markeerde een ijkpunt in de muziek- én dansgeschiedenis. De aardse, krachtige bewegingstaal van de vernieuwende choreograaf brak
radicaal met het elegante klassieke ballet. Stravinsky’s partituur is al even aards: opgebouwd uit dissonante akkoorden, onregelmatige ritmes en een explosieve orkestratie.

De beroemde openingsmelodie, ontleend aan een volksdeuntje, laat hij spelen door de fagot in een onnatuurlijk hoog register. ‘Er bestaan talloze anekdotes over dat begin’, vertelt fagottist Rémy Roux. ‘Stravinsky hoorde ooit een fagottist oefenen in dat hoge register. Het klonk eigenlijk té hoog, maar hij vond het prachtig. Dat ruwe, aardse geluid past perfect bij de heidense dans.’ Le Sacre vormt de afsluiter van het drieluik Rites. ‘Na twee al zware stukken voor het orkest – en ook voor mij – moet die eerste hoge noot die Stravinsky schreef er meteen staan’, zegt Roux. ‘Iedereen wacht daarop. Het is zenuwslopend, maar ook fantastisch. Ik krijg kippenvel als ik eraan denk.’ Klarinettiste Nele Delafonteyne toont de kameraadschap aan in het orkest: ‘Je moet dan echt denken: ik ondersteun mentaal, ik blijf stil en kalm, ik adem mee. Dat is ook deel van het samenspel.’

‘Toen ik hoorde dat we Boléro, La Valse én Le Sacre zouden spelen, dacht ik meteen aan hoe zwaar het zou worden’, zegt Roux. ‘Ik heb Boléro misschien 200 keer gespeeld. maar de Sacre nog nooit — op mijn 56e wordt dit mijn debuut.’ Ook voor Carlo Mertens is het programma een fysieke krachttoer. ‘Ik bespeel twee instrumenten – tenortrombone en bastrompet. In de originele Sacre, in de nog grotere bezetting, is er vaak een extra bastrompettist maar hier speel ik beide. In België hebben maar weinig orkesten een goede bastrompet en wij krijgen binnenkort een gloednieuwe.’ Hij glimlacht: ‘Na de drie stukken voel je je leeg en tegelijk helemaal voldaan. Net voor het applaus is er dat heilige moment van stilte, wanneer we elke noot gespeeld hebben, de dansers hun werk gedaan hebben, en we eindelijk kunnen loslaten.’

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Volg ons