Buitensporig en louterend
door Anna Leon, di 24 mrt 2026
Een katholieke eredienst wordt niet voorafgegaan door eentrigger warning. Nochtans krijg je tijdens de misviering iemand te zien die vastgemaakt is aan een kruis, de handen doorboord met nagels, terwijl bloed druipt uit de doornenkroon die hem met geweld op het hoofd is gedrukt. Er wordt iets genuttigd dat op brood lijkt, maar eigenlijk het lichaam van de persoon aan het kruis is. Je moet er luisteren naar verhalen over de folteringen, pijn en wanhoop die sommigen onder ons na de dood ervaren. Die omgeving, die verwonderlijk genoeg niet gelabeld wordt als ‘kinderen niet toegelaten’, kent een lange – en reële – geschiedenis van geweld: van vrouwen die sterven omdat hun een abortus ontzegd is tot mensen die gefolterd en levend verbrand worden; van de goddelijke rechtvaardiging van kolonialisme en racisme tot het meermaals uit Europa verdrijven van religieuze minderheden. Florentina Holzingers SANCTA brengt meer dan zeventig performers op het toneel om de bloederigheid van de misviering en de gewelddadige geschiedenis van de Kerk in handen te geven van hen die, op diverse manieren, haar slachtoffers waren. Duister en complex, luid en buitensporig, grappig en louterend: SANCTA is de trigger warning voor de misviering.
Opera heeft vaak de mis gesublimeerd, en draagt zo bij tot een emotionele en spirituele ervaring die losgemaakt is van het geweld gepleegd in naam van godsdiensten. Maar het is een particulier en weinig bekend deel van de operageschiedenis dat het startpunt was voor Holzingers werk, namelijk Paul Hindemiths korte opera Sancta Susanna uit 1922, waarin een kloosterzuster hardhandig gestraft wordt omdat ze zelf wil beschikken over haar seksualiteit. En net zoals een non die weigert de regels te aanvaarden die haar begeerte naar het goddelijke inperken, geeft SANCTA het operagenre gestalte door het terug te claimen. Bach, Gounod, Rachmaninov en andere liturgische hits worden geherinterpreteerd door een koor van vrouwelijke* stemmen. Dirigente Marit Strindlund beweegt zich in een muzikaal landschap waarin metal en noise de overdaad van opera verstoren. De inbreng van hedendaagse componisten Johanna Doderer, Born in Flamez en Stefan Schneider drijft de muziek tot het uiterste, tot ze gedwongen wordt uit te drukken wat ze moest helpen vergeten. De lichamen van de performers – hun stembanden, strottenhoofd, spieren, beenderen, zweet – worden instrumenten die de muziek uitvoeren, maar zich er ook meester van maken.
Een skateramp brengt verlossing, terwijl de Sixtijnse kapel verandert in een klimmuur, Bach in metal, God in een robot, opera in een rockmusical. De mis wordt een spektakel en, om het met Florentina Holzinger te zeggen: er moet echte magie zijn.
Het geweld van de Kerk heeft vaak te maken met seksualiteit. Deels wordt het uitgeoefend op kwetsbare lichamen, zoals een groot aantal kinderen zou getuigen mocht hun stem gevraagd en gehoord worden. Een ander deel van het geweld wordt in lichamen ingehamerd, geïnternaliseerd en overgedaan, door (vrouwelijke*) keuzes die als afwijkend beschouwd worden te pathologiseren, seks als genot of werk te verwerpen, heteronormatieve seks boven alles te verheffen, homoseksualiteit openlijk te stigmatiseren en de druk om in een onbereikbare toestand van lichamelijke reinheid te leven op te leggen. Naast de controle over het vrouwenlichaam heeft de sterk overwegend mannelijke hiërarchie van de Kerk een cruciale rol gespeeld in het opbouwen van alomtegenwoordige archetypes van vrouwelijkheid: Eva en het normaliseren van pijn bij het bevallen, Maria en de aanhoudende maatschappelijke obsessie met maagdelijkheid, Maria Magdalena en hoe vrouwen heen en weer gaan tussen de labels ‘geheiligd’ en ‘onrein’. Terwijl de Kerk seks tuchtigt en bestraft om later verlossing te bekomen, eist SANCTA seksuele gevoelens, ervaringen en praktijken weer op en brengt ze als een pad dat leidt naar extase die niet enkel religieus is, als een daad van sisterhood met Sancta Susanna en haar weigering om haar begeerte aan discipline te onderwerpen. En dat opeisen vergt werk. Op Holzingers toneel zijn bouwwerken aan de gang – met touwen, hamers, een cementmolen – en er is ook sekswerk, het contra-archetype van de seksuele zelfbeschikking.
Maar voor veel mensen betekent het katholieke geloof meer dan bloed en geweld: voor hen is er ook magie en spirituele transcendentie. De katholieke mythologie bulkt van gedaanteverwisselingen die aan de rede ontsnappen: uit een lotusbloem ontstaat een goddelijke zwangerschap, water verandert in wijn die daarna bloed wordt, brood wordt vlees. Religieuze verhalen staan bol van mirakels: iemand loopt over water, een ander scheidt de zee in tweeën, er verschijnt als bij wonder eten voor een groep die de woestijn doorkruist en heel wat mensen worden weer tot leven gewekt. In SANCTA wordt theater een publiek ritueel dat de magie in het spektakel zoekt. Performers die bezig zijn met lichaamsmodificatie verdraaien religieuze topoi zoals scarificatie (littekenbranding), penetratie, bloed en transformatie tot metamorfoses op het toneel. Via training en discipline ontwikkelen ze bovenmenselijke vaardigheden. Showgoochelaarsters brengen hun interpretatie van de Bijbelse mirakels. Een skateramp brengt verlossing, terwijl de Sixtijnse kapel verandert in een klimmuur, Bach in metal, God in een robot, opera in een rockmusical. De mis wordt een spektakel en, om het met Florentina Holzinger te zeggen: er moet echte magie zijn.
Antwerpen
Sancta
Florentina Holzinger