De Materie: een meesterwerk

Over De Materie van Louis Andriessen zijn alle critici het eens: dit is een meesterwerk

door Tom Swaak, do 23 apr 2026

Over De Materie van Louis Andriessen zijn alle critici het eens: dit is een meesterwerk. Waarom dat zo is, lees je hier. De nieuwe productie van Opera Ballet Vlaanderen, in een regie van de internationaal gelauwerde Phia Ménard en met een choreografie van Antonio De Rosa en Mattia Russo (KOR’SIA), belooft een niet te missen totaalervaring te worden.

Toen Andriessen in de jaren 1980 de opdracht kreeg om zijn magnum opus De Materie te schrijven voor het Holland Festival en De Nederlandse Opera, was het van meet af aan duidelijk dat dat op zijn voorwaarden zou gebeuren. De Materie zou niet zomaar een opera worden, niet voor de gebruikelijke operapersonages, niet voor een standaardorkest of een doorsnee koor. Wel voor een tenor, een sopraan, twee spreekrollen en een gigantisch muzikaal ensemble met veel percussionisten en saxofonisten, met gitaristen en toetsenisten. In plaats van een operakoor laat hij haast voortdurend acht zangers – niet zelden achtstemmig – zingen als een soort verlengstuk van zijn onconventionele orkest. Andriessen wilde ook beslist geen romantisch verhaal vertellen over een verboden liefde of gekrenkte eer. In plaats daarvan draait het werk rond de interactie van het onstoffelijke met het stoffelijke, de geest met de materie.

Is De Materie dan niet erg avant-gardistisch en postmodern? Absoluut wel, maar geen zorgen: de muziek is even goed aanstekelijk, swingend en bezwerend en kent momenten van grote ontroering en schoonheid. Weerklanken van Johann Sebastian Bach gaan hand in hand met een muzikale drive à la Steve Reich en zelfs met disco of boogiewoogie. De Materie laat zich, kortom, moeilijk onder één noemer scharen. Maar of het nu een ‘theatrale ultrasymfonie’ of een ‘ideeënopera’ is, alle critici zijn het erover eens: dit is een meesterwerk.

144 HAMERSLAGEN

Elk van de vier delen van De Materie transporteert de toeschouwer naar een ander tijdsgewricht en naar een andere omgang met materie. Deel 1 is gesitueerd in de 16e en 17e eeuw. Het opent met 144 iconisch geworden orkestrale hamerslagen: donderende klappen die elkaar sneller en sneller opvolgen. De compositiestijl doet denken aan het stuk waarmee Andriessen doorbrak – De Staat uit 1976 – maar is evenzeer een knipoog naar zijn grote voorbeeld Igor Stravinsky. De hamerslagen staan symbool voor revolte, voor afbreken en weer opbouwen.

De openingswoorden zijn van het koor: puntig en onverschrokken zingen zij het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581, een soort onafhankelijkheidsverklaring van de meerderheid van de provinciën van de Nederlanden (waaronder Hertogdom Brabant en Graafschap Vlaanderen) tegenover de Spaanse koning. In een volgende scène gooit Andriessen het over een andere boeg: het koor zingt nu uit een 17e-eeuws handboek voor scheepsbouwkunde. In groot detail sommen ze alle afzonderlijke delen van een schip op en welke gereedschappen ervoor nodig zijn om dat te bouwen. Het gehamer waarmee een onderdrukkend systeem afgebroken werd, blijkt zo ook het naarstige getimmer van een scheepswerf te zijn. In elk deel is er bovendien een solist: hier is dat een tenor die in de rol van filosoof kruipt. Die filosoof, Gorlaeus, gaat naar de kern van de materie, letterlijk. In zijn vroeg-17e-eeuwse traktaat durft hij tegen de gevestigde theorieën in te gaan door te stellen dat materie opgebouwd is uit ondeelbare deeltjes, de atomen (naar het oud-Griekse átomos, ofwel ondeelbaar).

HADEWIJCH

In het tweede deel gebruikt Andriessen maar één tekst, en wat voor een: het zevende visioen van Hadewijch van Antwerpen. Zij was een 13e-eeuwse mystica, de belangrijkste schrijfster uit onze middel-nederlandse literatuur. In haar visioen, gezongen door een sopraan en door het koor, beschrijft ze indringend hoe ze een ontmoeting met God heeft gehad. In verschillende gedaanten openbaarde Hij zich aan haar. Hadewijch heeft dat zo lichamelijk en liefdevol beleefd dat er een onmiskenbare, haast knetterende erotische spanning uit het visioen spreekt. Andriessen stelde zich het tweede deel van De Materie daarom voor als iets dat het midden houdt tussen een mystieke opgang en de versmelting van twee geliefden. In zijn verbeelding zag dat er als volgt uit. Langzaam, voetje voor voetje, schuifelt Hadewijch door een kerk naar voren. Gaandeweg probeert de werkelijkheid om haar heen – de wereld, de kerk, haar eigen lichamelijkheid – haar telkens weer met de voeten op de grond te krijgen, maar Hadewijch gaat meer en meer op in haar beleving. Wanneer ze het altaar bereikt heeft en bij het hoogtepunt van haar visioen is aanbeland, klinkt muziek die simpelweg hemels is: bijna gewichtloos, mysterieus en ongekend mooi. Volgens dirigent Bas Wiegers – en velen zullen hem bijtreden – de prachtigste noten die Andriessen ooit geschreven heeft.

Handschrift van Hadewijchs Zevende visioen
Handschrift van Hadewijchs Zevende visioen

PIET MONDRIAAN

Het derde deel van De Materie swingt de pan uit. We zijn in de vroege 20e eeuw, in het universum van Piet Mondriaan, de schilder die de wereld veroverde met zijn geometrische composities, met zijn zwarte lijnen en kleurvlakken in primaire kleuren. In dit deel lijkt de geest wiskundige inzichten en geometrische constructies die zuiver abstract zijn te vertalen naar bijvoorbeeld een canvas. De solist is dit keer een danseres met een spreekrol: met een ritmisch uitgeschreven dictie haalt zij herinneringen op aan Piet Mondriaan die, zo blijkt, zelf een fervent danser was. De ultieme gelegenheid voor Andriessen om ‘hoog’ en ‘laag’ naar hartenlust te vermengen, zoals hij dat graag deed. Muzikaal tapt hij dan ook gretig uit de vaatjes van disco en boogiewoogie, al weerhoudt dat hem er niet van om uit diezelfde ingrediënten zo nu en dan ook een fuga te kneden.

Composition no III with red yellow and blue by Piet Mondrian
Piet Mondriaan, Compositie: no. III, met rood, geel en blauw

MARIE CURIE

Als de vorige delen de opbouw van een symfonie echoden (een snel eerste deel, een traag tweede en een vinnig, dansant en zelfs geestig derde), dan volgt in deel 4 opnieuw een ingetogen beweging, een introspectieve finale. De muziek is zo mogelijk nog geheimzinniger en ijler dan in het tweede deel, Andriessen laat zijn akkoorden nagalmen en nazinderen met een ongrijpbare kracht. Halverwege dit slotdeel neemt het koor opnieuw het woord en die tekst – bestaande uit sonnetfragmenten van Willem Kloos – doet uitschijnen dat het ditmaal over de grote operathema’s zal gaan: over schoonheid en verlangen en hoe de liefde de dood trotseert. Helemaal aan het eind lost Andriessen die verwachtingen in wanneer hij in stilte zijn laatste hoofdpersonage voorstelt: wetenschaps-legende Marie Curie. We blijven dus in min of meer dezelfde tijdsgeest als in deel drie, maar zijn nu bij Madame Curie thuis in Parijs en in Stockholm, waar ze haar tweede Nobelprijs in ontvangst neemt. De toespraak die ze daar in 1911 geeft over de onzichtbare kracht die van sommige materie uitgaat, radioactiviteit, wisselt Andriessen af met fragmenten uit haar dagboeken. Daarin beschrijft ze op prachtige wijze dat ze enorm worstelt met de dood van haar echtgenoot en collega Pierre Curie terwijl de wereld genadeloos doorraast en dorst naar nog meer wetenschappelijke ontdekkingen.

Marie Curie c1920
Marie Curie

BOB WILSON / HEINER GOEBBELS

Tot op heden heeft De Materie twee legendarische producties gehad en Opera Ballet Vlaanderen tekent nu voor de derde. Voor de première in 1989 sloeg Andriessen de handen ineen met theaterfenomeen Robert ‘Bob’ Wilson, die een jaar of twintig eerder al wereldfaam verwierf toen hij met Lucinda Childs de opera Einstein on the Beach van Philip Glass creëerde. Volgens de overlevering was het trouwens Bob Wilson die Andriessen op het idee bracht om zijn laatste deel aan Marie Curie te wijden. Zijn regie was abstract, absurdistisch, kleurrijk en doorspekt met dans en komische interventies. Reinbert de Leeuw was de gedroomde dirigent en hij zou de rest van zijn leven een pleitbezorger van het stuk blijven. In 2014 nam Heiner Goebbels de handschoen op voor de Ruhrtriennale in een groots opgezette en verbeeldingsrijke succesproductie, met zeppelins en historische kostuums. Wie die voorstelling gezien heeft, herinnert zich vooral de kudde schapen, en hun doordringende geur, die Goebbels op het toneel bracht – zijn manier wellicht om de toeschouwers met hun neus op de materie te drukken.

De Materie Acte1 1
Schets van Phia Ménard voor De Materie

EEN SPETTERENDE TOTAALERVARING BIJ OBV

Phia Ménard bedacht een haast toverachtige scenografie die voortdurend met het stuk meebeweegt. Bovendien nemen we, in ware OBV-stijl, ook Andriessens uitnodiging om te dansen graag aan


Voor ons huis gaat de weergaloze en meermaals gedecoreerde Phia Ménard de uitdaging aan om een nieuwe versie van De Materie op de planken te brengen. Zij vindt inspiratie in een anekdote (en tevens de grondgedachte) die Andriessen graag vertelde, over hoe eenzelfde materie – hout, in zijn voorbeeld – puur door de interactie met de geest tot compleet andere objecten gevormd kan worden, tot een klarinet of een basgitaar, bijvoorbeeld. Daarom bedacht Phia Ménard een haast toverachtige scenografie die voortdurend met het stuk meebeweegt. Ook de kostuums van Marie La Rocca en het imponerende lichtontwerp van Éric Soyer dragen eenzelfde transformatieve kracht uit. Bovendien nemen we, in ware OBV-stijl, ook Andriessens uitnodiging om te dansen graag aan! Het choreografische duo achter KOR’SIA, Antonio de Rosa en Mattia Russo, belooft alvast een spetterende totaalervaring in het groovy derde bedrijf. De muzikale leiding, tot slot, ligt in handen van dirigent en ervaringsdeskundige Bas Wiegers, die De Materie ooit zelf als violist uitvoerde en die eerder dit jaar nog een concertante uitvoering leidde in het Concertgebouw in Amsterdam.