• Opera
  • Seizoen 23/24

Essay Milo Rau: De werkelijkheid in de kunst krijgen

De kracht die uitgaat van opera en de uitdagingen die het eeuwenoude genre wachten

door Milo Rau, ma 15 mei 2023

M5 A0353

'Ik ben door te werken aan La clemenza di Tito verliefd geworden op opera. De snelle en rationele werkwijze die je als maker dwingt op voorhand te reflecteren, spreekt me enorm aan.'

Milo Rau

Bij mijn aanstelling als artistiek directeur van NTGent in 2018 schreef ik een manifest met tien regels waaraan het stadstheater van de toekomst zou moeten voldoen. Het manifest geldt als samenvatting van hoe ik kijk naar de rol van kunst in de samenleving en dient om het apparaat van NTGent naar die visie te kunnen omvormen. Door het vaste ensemble te ontbinden hebben we gemerkt dat we meer verschillende, ongehoorde stemmen in onze programmatie aan bod kunnen laten komen. We kiezen er bewust voor niet-professionele spelers ruimte te geven op het podium, want professionaliteit is verbonden met een scholing waartoe niet iedereen toegang heeft. We zetten in op meertaligheid. De letterlijke bewerking van klassiekers op het podium beperken we tot een minimum. Door die ingrepen hebben we de voorspelbaarheid en vanzelfsprekendheid van wat op onze scène komt van ons af kunnen werpen. De stempels die de nieuwe stemmen op het huis hebben gedrukt, leiden tot een kruisbestuiving die blijft nazinderen. Maar we zijn er nog niet: de volgende stap is de structuur in het huis zelf diversifiëren, alsook het publiek.

In vele opzichten lijkt het moeilijk om het manifest te laten rijmen met het operagenre. Historisch gezien zijn operacomponisten vaak lakeien van de heersende klasse en creëren ze met hun werk safe spaces voor de culturele elite. Het genre is onlosmakelijk gebonden aan de professionele kwaliteiten van zangers en muzikanten. De complexiteit van het medium en de dwingende muziek geven weinig speelruimte om een werk aan te passen. De sterk ingebedde tradities rond het standaardrepertoire houden het risico in dat klassiekers klakkeloos worden heropgevoerd en nieuwe stemmen moeilijk geïntroduceerd raken. Opera geldt als de burgerlijke kunstvorm bij uitstek, terwijl ik via het manifest net komaf wil maken met artistieke burgerlijkheid. Het genre kampt op dat vlak met een slecht imago. Toegegeven, dat idee vertrekt vanuit de vele vooroordelen die rond opera hangen, ook bij mij. Toen ik van de opera van Genève de vraag kreeg om Mozarts La clemenza di Tito te regisseren, wist ik dat een confrontatie met mijn artistieke visie onvermijdelijk zou zijn.


The making of Mozart

Hoewel ik bijna altijd van een leeg blad vertrek voor een nieuwe productie, sprak de omgekeerde logica waarin ik met bestaand materiaal aan de slag moest me enorm aan. De gegeven operastof zet je als maker aan het denken. Waarom schrijft Mozart twee jaar na de Franse Revolutie een ‘kroningsopera’ over de verlichte en vergevingsgezinde Romeinse keizer Titus, ter ere van de inhuldiging van de koning van de Bohemen? Waarom thematiseert La clemenza di Tito de tolerantie van de macht? Wat vertelt dat over ons vandaag? Wat valt er bloot te leggen dat nu nog steeds klopt? Het operagenre nodigt ons uit op een interpreterende en deconstructuerende manier te werk te gaan, wat ik heel interessant vind. Ik besloot om ‘the making of’ van Mozarts laatste opera bloot te leggen door het werk te demonteren. Dat strookt met het manifest dat ik voor NTGent schreef: ik wilde het werk uit zijn opera-utopie halen en opnieuw reëel maken, de werkelijkheid terug in de kunst krijgen. Dat is de taak van de kunstenaar, zo kan kunst de wereld veranderen.

GTG Clemence Titus2021 Carole Parodi 5141

'Ik wilde het werk uit zijn opera-utopie halen en opnieuw reëel maken, de werkelijkheid terug in de kunst krijgen. Dat is de taak van de kunstenaar, zo kan kunst de wereld veranderen.'

Milo Rau

Kunstenaars hebben de neiging in hun werk de gewelddadige werkelijkheid te dramatiseren en te esthetiseren, waardoor die werkelijkheid in zijn echtheid afzwakt en buiten gehouden wordt. In La clemenza di Tito gebeurt net hetzelfde: de opera vertelt het verhaal van machtsspelletjes onder de elite die kunnen leiden tot staatsgrepen, terwijl de inwoners van Rome kreunen onder het geweld en hun stad brandt. Vertaal dat naar de tijd van Mozart en je krijgt een verhaal dat, aan de hand van de tolerantie van de verlichte Titus, de gewelddadige Franse Revolutie domesticeert en esthetiseert. In mijn regie onderzoek ik hoe dit fenomeen vandaag optreedt en voeg ik een meta-kritische laag toe door de utopische en de werkelijke wereld met elkaar te verbinden. Aan de ene kant zie je een museum op de scène, de utopische en geësthetiseerde ruimte van de heersende elite. Aan de andere kant toon ik de werkelijke ruimte van de onderworpenen in de vorm van een vluchtelingenkamp. Geen acteurs, maar mensen die in de reële wereld rond het operahuis zijn gestrand op zoek naar een betere toekomst, bevolken de plek.

De toevoeging van die werkelijke ruimte vernietigt de safe space van Titus en zijn elitevrienden. Op die manier wordt La clemenza di Tito een vorm van zelfkritiek van de geëngageerde kunstenaar: ben ik als maker niet zelf zo’n Titus, een blaaskaak die de koude wereld in een fijne ruimte voorstelt, ze esthetiseert en er ook nog van leeft? Ik beschouw mijn versie van Mozarts opera daarom ook als manifest. De deconstruerende denkoefening die ik gedaan heb, geldt voor mij als the way to go om met opera’s om te gaan en ruimte te scheppen voor meerstemmigheid. We moeten de uitdaging aangaan om opera, de kunstvorm bij uitstek van de utopische leugens, te verbinden met de werkelijkheid. Door te knippen in de muziek en de tekst aan te passen, bijvoorbeeld. Of door niet-professionelen, een plaats te geven naast de professionele zangers en muzikanten. Het manifest dat ik voor NTGent opstelde, lijkt beter te rijmen met het operagenre dan aanvankelijk gedacht, maar dat heeft drastische gevolgen voor het eindproduct: mijn Clemenza strookt allesbehalve met de operatraditie zoals we ze kennen.

Post-opera?

Door de opera-utopie te doorprikken en Mozarts werk te demonteren, ervaren vele operakenners en -critici mijn La clemenza di Tito als destructief. Ze beschouwen mijn regie als het einde van de opera, een post-opera die respectloos voorbij de regels van het genre treedt. In vergelijking met wat ik in het theater doe, heb ik me uit respect voor de muziek, de zangers en de muzikanten nochtans ingehouden. Zij hebben me tijdens het repetitieproces een nieuwe logica achter scholing en professionaliteit in de podiumkunsten doen ontdekken. Zoals topvoetballers uit de favela’s opklimmen, kan de dochter van een poetsvrouw zich ontpoppen als een topzangeres, door de grote aandacht voor talent binnen de operawereld. Op en rond een operapodium vormt zich een verzameling aan mensen die talent en passie hebben en jarenlang de tijd namen om zich in hun expertise te ontwikkelen, een frisse vorm van collectiviteit die nodig is om überhaupt tot een eindproduct te komen en waar ik alleen met ontzag naar kan kijken. Ikzelf kan bijvoorbeeld helemaal geen noten lezen, maar er zijn voldoende anderen aanwezig die me met veel plezier en respect daarin kunnen bijstaan.

De openheid voor ieders talent heeft me geraakt en leidde tot een verzoening met de burgerlijkheid van professionaliteit, het operapubliek en het genre an sich. Ik ben door te werken aan La clemenza di Tito verliefd geworden op opera. De snelle en rationele werkwijze die je als maker dwingt op voorhand te reflecteren, spreekt me enorm aan. De collectiviteit rond een operaproductie is hartverwarmend. Met grote nederigheid kijk ik naar de fabriek van mensen die aan een voorstelling werkt. De samenkomst van verschillende facetten, de parallelliteit van muziek en handeling en het spanningsveld dat ontstaat wanneer je oude werken op een nieuwe manier brengt, intrigeren me. Ik heb geleerd het manifest dat ik voor NTGent schreef op een andere, genuanceerdere manier te benaderen. Er zit toekomst in opera, op voorwaarde dat we klassiekers durven te demonteren en naast nieuw werk durven te plaatsen. Op die manier kan opera meerstemmig zijn en minder voordehandliggende verhalen vertellen. Zo kunnen we werken aan andere representatievormen, de beeldpolitiek van wat op de scène te zien is veranderen en de reële wereld in de kunsten integreren. Dat is de essentie van mijn artistieke visie en praktijk, de geest van mijn manifest.


Ontdek La clemenza di Tito


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Volg ons