• Seizoen 26/27
  • Dans
  • Interview

'Een artiest komt niet zomaar uit de lucht vallen'

Zoë Demoustier in gesprek met Alain Platel

door Ilse Degryse / Foto's Ivan Put, do 23 apr 2026

Zoë Demoustier maakt dit seizoen met A Wave een dansvoorstelling waarin ze teruggrijpt naar het werk van de zogenaamde ‘Vlaamse Golf’. Alain Platel maakte deel uit van die groep Vlaamse choreografen die in de jaren 1980 en 1990 de wereld bestormden en veroverden. We vroegen aan de jonge choreografe of ze haar voorganger en voorbeeld voor ons wilde interviewen. Dat deed ze. En dat werd een fijn gesprek.

Zoë Demoustier en Alain Platel treffen elkaar op een van die eerste kraakverse lentedagen begin maart in de dansstudio van laGeste, het gezelschap dat in 2023 uit les ballets C de la B (opgericht door Platel en enkele vrienden) ontstaan is. Die studio is gelegen op de schilderachtige Bijlokesite, waar vanaf de 13e eeuw en daarna meer dan 750 jaar een hospitaal gevestigd was. Het is een heerlijke, rustige plek, aan de rand van de Gentse binnenstad. Vandaag heeft het Gentse stadsmuseum STAM er zijn onderkomen, naast onder meer het KASK, het Conservatorium, Muziekcentrum De Bijloke, de International Opera Academy en LODmuziektheater.

‘Ik heb snel beseft dat ik al wat ik had voorbereid aan de kant moest leggen en moest vertrekken van wat ik voor mijn ogen in de studio zag gebeuren. Vanaf dan heb ik mijn eigen stem gevonden’

– Alain Platel

Ook in de repetitiestudio van laGeste valt de zon die dag vrolijk binnen. Tegen de achterwand hangt een bijzonder relikwie: een sjaaltje van Pina Bausch, naast een foto van de legendarische choreografe uit Wuppertal. Het brengt het gesprek meteen waar het wezen moet: naar het verhaal van inspiratie en bewondering en groeien op de schouders van je helden.

‘Dat sjaaltje heb ik van Pina zelf gekregen’, vertelt Alain Platel. ‘In 2002 mocht ik voor het Leuvense festival Klapstuk de tien voorstellingen programmeren die mijn leven veranderd hebben. Café Müller, een werk van Pina uit 1978, was daar een van. Iedereen zei dat het nooit zou lukken om haar daarmee naar Klapstuk te brengen, want ze danste Café Müller enkel samen met Le Sacre du printemps en alleen in het kader van een langere speelreeks. Maar Pina kwam. Omdat de voorstelling maar veertig minuten duurde, stond ze achteraf een interview toe – op de scène, live voor het publiek – wat ze normaal gruwelijk vond. Het werd een memorabele avond. Voor Pina vertrok, schonk ze me het sjaaltje als souvenir. Sindsdien hangt het hier.’

ZOË DEMOUSTIER 'Waw, nu ken ik eindelijk het verhaal van het sjaaltje… Maar wat ik je allereerst wil vragen, Alain: jij gaat opnieuw een voorstelling maken voor Opera Ballet Vlaanderen in 26/27, en er is ook een link met Pina Bausch. Kan je daar wat meer over vertellen? Want was jij niet met pensioen? (glimlacht)'

ALAIN PLATEL 'Ik ben inderdaad met pensioen, maar Jan Vandenhouwe heeft me verleid… (lacht) Hij vroeg of ik een korte choreografie wilde maken als tweede voorstelling naast Adagio, een vroeg werk van Pina Bausch uit 1974, op muziek van Mahler. Jan weet dat ik Pina persoonlijk heb gekend en altijd een enorme bewondering voor haar heb gekoesterd. Mijn voorstelling heet Soûl, wat dronken betekent in het Frans. Ik vraag me namelijk af of het ons niet allemaal zou helpen om wat licht dronken te zijn om de ellende van de wereld vandaag aan te kunnen.'

Pinabauschsjaal © Ivan Put

ZOË DEMOUSTIER 'Boeiend. En op welke muziek?'

ALAIN PLATEL 'Jan vroeg me te werken op Mahler, om zo ook de link met Adagio van Pina te onderstrepen. Ik heb lang gewacht om muziek van Mahler te gebruiken omdat ik dat als jongeman absoluut niet graag hoorde. Een vriend van mijn ouders probeerde me dertig jaar lang van Mahler te overtuigen en nodigde mij bij hem thuis uit om te luisteren. Daar zat ik dan met gekromde tenen… Het is pas onder invloed van Gerard Mortier dat ik ben gaan luisteren, nadat we samen C(H)ŒURS hadden gemaakt in 2012. Nadien heeft de componist Steven Prengels, met wie ik vaak samenwerk, een verdere opening gecreëerd. Steven is een grote Mahlerfan en is me beginnen te voeden met muziek waarvan hij dacht dat ik er niet aan zou kunnen weerstaan. Langzaam ging ik ook begrijpen dat de muziek van Mahler een enorme politieke laag in zich heeft en een tijdsgewricht laat horen waarin ik veel overeenkomsten zie met onze tijd. Ik voel dezelfde onrust, spanningen onder het oppervlak, geweld overal… Jan en ik zijn voor Soûl na wat zoeken uitgekomen bij het symfonische gedicht Totenfeier, een vroege versie van Mahlers tweede symfonie.'

ZOË DEMOUSTIER 'Voor mijn voorstelling A Wave laat ik me inspireren door de Vlaamse Golf, waar jij ook deel van uitmaakte. Jouw generatie heeft in de jaren 1980 en 1990 de Vlaamse dans internationaal op de kaart gezet. Ik ben in 1995 geboren en toen was de Vlaamse Golf op zijn hoogtepunt. Jullie waren van jongs af aan mijn helden. En zoals dat ook gaat met je ouders: gaandeweg verandert je relatie. Je ziet de kracht, maar ook de barsten. Je vraagt je af: hoe moet ik me daar tegenover positioneren? Moet ik me ertegen verzetten? Wat neem ik mee? Wat doe ik anders? Dat wil ik onderzoeken in A Wave. Wat ik vooral zo bijzonder vind als ik je over Pina Bausch hoor praten, is het idee dat generaties materiaal aan elkaar doorgeven, en dat de geschiedenis een soort lijn door ons allemaal vormt.'

‘Jullie waren van jongs af aan mijn helden. En zoals dat ook gaat met je ouders: gaandeweg verandert je relatie. Je ziet de kracht, maar ook de barsten’

– Zoë Demoustier

ALAIN PLATEL 'Pina was er voor mij altijd, bij elk repetitieproces en bij elke voorstelling. In het begin heb ik haar bijna letterlijk gekopieerd. Dat ging zover dat journalisten in de recensies van mijn eerste voorstelling schreven ‘dat onze imitatie van Pina Bausch helemaal niet zo slecht was’ (lacht). Ik heb het gevoel dat kunstenaars dikwijls moeten passeren via imitatie voor ze een eigen taal vinden. Dat is niet zo uitzonderlijk. Een artiest komt niet zomaar uit de lucht vallen. Je neemt altijd elementen mee van wat je om je heen ziet gebeuren.'

ZOË DEMOUSTIER 'Hoe oud was je toen je je eerste voorstelling maakte?'

ALAIN PLATEL 'Ik was 28. Ik was toen al vijf jaar aan het werk als orthopedagoog en had in feite geen ambitie om carrière te maken als choreograaf. Ik deed dat voor de lol. Op zijn beurt heeft Arne Sierens me de theaterwereld binnengeloodst – hoewel ook hij zich daar niet echt bewust van was. We wilden gewoon voorstellingen maken. Arne was met woorden aan het doen wat ik met bewegingen deed en daarin vonden we elkaar. Gaandeweg hebben we onze eigen theatertaal kunnen ontwikkelen.'

ZOË DEMOUSTIER 'Als je terugkijkt naar de jonge, beginnende Alain van 28: hoe anders pakte die het aan? Hoe stond hij voor een groep? Hoe creëerde hij materiaal? Wat is er gaandeweg veranderd?'

Zoë Demoustier & Alain Platel


ALAIN PLATEL 'Ik was geen choreograaf, dus ik kon geen dansjes voordoen. Ik werkte met dansers uit heel verschillende werelden, jong en oud door elkaar, en moest op zoek naar hoe ze overeen konden komen en samen materiaal konden maken. Ik was verplicht om te vertrekken van wat zij voorstelden. Het keerpunt kwam met de voorstelling Bonjour Madame uit 1993. Daarin deden drie kinderen mee en zij waren als het ware mijn geheime wapen. Ze waren geïntrigeerd door wat de volwassen dansers deden en zochten voortdurend wat ze eruit konden leren. Omgekeerd waren de volwassenen enorm gecharmeerd door wat de kinderen aanreikten. Toen heb ik beseft dat ik al wat ik had voorbereid aan de kant moest leggen en moest vertrekken van wat ik voor mijn ogen in de studio zag gebeuren. Vanaf dan heb ik mijn eigen stem gevonden.'


ZOË DEMOUSTIER 'Je had het net over de onderhuidse spanningen en het geweld die je voelt en herkent in de muziek van Mahler. Heb je het gevoel dat de wereld vandaag meer binnenkomt in het theater dan in de jaren tachtig en negentig? Of is dat altijd al zo geweest?'

ALAIN PLATEL 'In de jaren negentig woedden de Joegoslavische oorlogen en die kwamen zeker ook het theater binnen. In het begin wist ik me er geen blijf mee en vroeg me af wat ik ermee moest doen. Ik stelde de dansers – vanuit mijn achtergrond als orthopedagoog – voor om bewegingen die ze niet echt onder controle hadden omdat die eerder een soort reflex waren, zoals bijvoorbeeld niezen, een stomp in de maag krijgen of struikelen, te analyseren en om te zetten in bewegingsfrasen. Daaruit ontstonden beelden en scènes die je kon associëren met geweld of een oorlogssituatie – wat het publiek ook deed. Maar het is onder makers altijd wel een onderwerp van discussie geweest of je de buitenwereld moest binnenlaten of niet.'

ZOË DEMOUSTIER 'Ik ben nu iets ouder dan jij toen jij begon, en ik herken dat zoeken wel. Ik voel al meer rust, maar elk proces is nieuw en je weet nooit waar je tegenaan zal lopen. Je rol als choreograaf is ook veel meer dan enkel dansmateriaal maken. Dat beseffen mensen niet altijd goed. Je moet het geheel overzien, mensen bij elkaar brengen, een dynamiek creëren waarin dansers zich veilig en tegelijk geïnspireerd voelen. Je bent een soort facilitator. Dat vind ik spannend, omdat ik zelf nog zo jong ben. Maar als het lukt, kan er een wonderlijke chemie ontstaan.'

ALAIN PLATEL 'Dat beschrijf je zeer mooi. Terugkijkend zie ik wel dat dansers de laatste tien jaar mondiger zijn geworden. In mijn jonge jaren legden ze hun lot als het ware in de handen van de choreograaf of regisseur. Vandaag stellen ze meer vragen, bij het creatieproces en bij je positie als maker. Dat juich ik toe. Ik heb vanaf het begin nooit gène gevoeld om mijn twijfels en onvermogen te uiten tegenover de mensen met wie ik een voorstelling maakte. Gewoon omdat er voor mij geen andere mogelijkheid was: ik moest mijn kaarten op tafel leggen. Ik heb gaandeweg ontdekt dat dat voor veel mensen een uitnodiging vormde om mee te denken. In de zin van: "oh, hij weet het zelf niet zo goed, we kunnen hem misschien een beetje helpen…" (lacht) Dat was een erg constructieve en positieve manier van werken. Ik heb het materiaal dat mij op die manier aangereikt werd ook altijd erg au sérieux genomen. Er is weinig dat ik niet goed vond en vind. En nog altijd zeg ik aan het begin van elk creatieproces heel duidelijk dat ik niet weet waar we gaan uitkomen. Ik kan ingrediënten aandragen, een element in een decor of een componist rond wie we gaan werken bijvoorbeeld, maar dat is het dan.'

‘Ik heb snel beseft dat ik al wat ik had voorbereid aan de kant moest leggen en moest vertrekken van wat ik voor mijn ogen in de studio zag gebeuren. Vanaf dan heb ik mijn eigen stem gevonden’

– Alain Platel

ZOË DEMOUSTIER 'Ik ben nu volop aan het grasduinen in de archieven van de beginperiode van de Vlaamse Golf, en tegelijk ben ik gesprekken aan het voeren met componisten om tot een score voor de voorstelling te komen. Kan je meer vertellen over hoe jij dat deed bij je eerste voorstellingen?'

ALAIN PLATEL 'Ik ben al vanaf mijn zestien jaar een grote barokfan, en met name een grote Bachfan. Zeker in het begin greep ik voortdurend naar zijn muziek terug. Ik zette ze aanvankelijk in om een sfeer of een soort tegengewicht bij de bewegingen te bieden. De twee versterkten elkaar. De dans had een zekere rauwheid die nog aangezet werd doordat ze op muziek van Bach getoond werd. En de muziek werd nog mooier door de rauwheid die je te zien kreeg.'

'Dat werkte voor ons – en voor het publiek – maar werd op den duur een soort van "systeem" dat ik uiteindelijk zelf onderuit gehaald heb. Er deed zich een verschuiving voor: ik ben de muziek letterlijk gaan gebruiken. Ik ben ze echt als een score voor dansmateriaal gaan behandelen. Dat is voor mij een ontdekking geweest. Daarnaast ben ik ook nooit bang geweest voor de populaire muziek die dansers meebrachten. Dikwijls vroegen ze om hun muziek op te leggen terwijl ze opwarmden. Ik geloof in de kracht van entertainment. In de muziek voor Soûl hoor je op een bepaald moment een walsje en klezmer- of fanfaremuziek, naast elementen die een diep emotionele, bijna pathethische kant van Mahler verklanken.'

ZOË DEMOUSTIER 'Haha, als je toen al op Spotify had gezeten, zou je een bijzondere rating voor Bach hebben gekregen…'

ALAIN PLATEL 'Maar Zoë, mag ik jou nu eens iets vragen? Hoe zie jij je toekomst als jonge choreografe in het danslandschap vandaag? Met die toekomst ben ik zelf altijd weinig bezig geweest. De dingen overkwamen mij en dat groeide en van het een kwam het ander. Het is niet zo dat ik een punt had waar ik wilde komen of dat ik droomde van een eigen compagnie. Misschien is dat voor jou anders?'

‘Als ik dan voor een eigen gezelschap zou gaan, moet het boven alles een huis zijn, wat wil zeggen dat meerdere mensen een sleutel hebben. Dat vind ik essentieel, naast goed eten’

– Zoë Demoustier

ZOË DEMOUSTIER 'Ik ben beginnen te dansen toen ik vier was. Ik was een verlegen kind en dans is echt een taal geweest die me heeft "gered" als tiener. Vanaf mijn achttiende ben ik mime gaan studeren in Amsterdam. Voor veel artiesten is ondernemerschap een vies woord, maar ik heb wel al vroeg zo’n soort motor in mezelf gevoeld. Ik werk graag met groepen mensen, dus het werd me gauw duidelijk dat ik liever zelf iets wilde maken dan in het werk van anderen staan.'

'Ook de droom van een eigen gezelschap kwam vrij snel. Creëren met verschillende generaties vind ik de max, dat is mijn grote liefde. Ik werk ook graag met lijven die niet de virtuoze lichamen zijn. In de mime bestaat het begrip "de zero", wat de basis van alles is. Je gaat niet je lichaam kneden naar een ideaal maar net vertrekken vanuit dat lijf met zijn beperkingen, blessures, asymmetrie, leeftijd enzovoort. Als ik voor een eigen gezelschap zou gaan, dan moet het boven alles een huis zijn, wat wil zeggen dat meerdere mensen een sleutel hebben. Dat vind ik essentieel, naast goed eten. Ik kook supergraag, dus in dat huis gaan we samen eten en dingen laten gebeuren rond een tafel. Dat brengt me bij het jaarthema van OBV, Alain, À la flamande. Wat zijn jouw eerste gedachten daarbij?'

ALAIN PLATEL 'Vlees!'

ZOË DEMOUSTIER 'Ha ja, die van mij ook. Ik denk aan stoofvlees. En aan asperges.'

ALAIN PLATEL 'Die À la flamande is overigens wel een doordenkertje, dat hebben we in de jaren van de Vlaamse Golf ook ontdekt. Want hoe komt het dat hier in Vlaanderen zoveel specifieke voorstellingen werden gemaakt, die bovendien populair waren in de hele wereld. Met Bernadetje (1996) en Allemaal Indiaan (1999) trokken Arne Sierens en ik door Europa en overal trok dat volle zalen. Het boeit me dus zeker om uit te zoeken wat À la flamande vandaag betekent.'

dans vonk wereldcreatie
|

Antwerpen | Brugge | Brussel | Gent | Kortrijk | Leuven | Waregem

A Wave

Zoë Demoustier

Info en tickets
a5cP6000004g0qvIAA-a0bP6000007BBFRIA4