ZOË DEMOUSTIER 'Ik ben nu volop aan het grasduinen in de archieven van de beginperiode van de Vlaamse Golf, en tegelijk ben ik gesprekken aan het voeren met componisten om tot een score voor de voorstelling te komen. Kan je meer vertellen over hoe jij dat deed bij je eerste voorstellingen?'
ALAIN PLATEL 'Ik ben al vanaf mijn zestien jaar een grote barokfan, en met name een grote Bachfan. Zeker in het begin greep ik voortdurend naar zijn muziek terug. Ik zette ze aanvankelijk in om een sfeer of een soort tegengewicht bij de bewegingen te bieden. De twee versterkten elkaar. De dans had een zekere rauwheid die nog aangezet werd doordat ze op muziek van Bach getoond werd. En de muziek werd nog mooier door de rauwheid die je te zien kreeg.'
'Dat werkte voor ons – en voor het publiek – maar werd op den duur een soort van "systeem" dat ik uiteindelijk zelf onderuit gehaald heb. Er deed zich een verschuiving voor: ik ben de muziek letterlijk gaan gebruiken. Ik ben ze echt als een score voor dansmateriaal gaan behandelen. Dat is voor mij een ontdekking geweest. Daarnaast ben ik ook nooit bang geweest voor de populaire muziek die dansers meebrachten. Dikwijls vroegen ze om hun muziek op te leggen terwijl ze opwarmden. Ik geloof in de kracht van entertainment. In de muziek voor Soûl hoor je op een bepaald moment een walsje en klezmer- of fanfaremuziek, naast elementen die een diep emotionele, bijna pathethische kant van Mahler verklanken.'
ZOË DEMOUSTIER 'Haha, als je toen al op Spotify had gezeten, zou je een bijzondere rating voor Bach hebben gekregen…'
ALAIN PLATEL 'Maar Zoë, mag ik jou nu eens iets vragen? Hoe zie jij je toekomst als jonge choreografe in het danslandschap vandaag? Met die toekomst ben ik zelf altijd weinig bezig geweest. De dingen overkwamen mij en dat groeide en van het een kwam het ander. Het is niet zo dat ik een punt had waar ik wilde komen of dat ik droomde van een eigen compagnie. Misschien is dat voor jou anders?'
‘Als ik dan voor een eigen gezelschap zou gaan, moet het boven alles een huis zijn, wat wil zeggen dat meerdere mensen een sleutel hebben. Dat vind ik essentieel, naast goed eten’
– Zoë Demoustier
ZOË DEMOUSTIER 'Ik ben beginnen te dansen toen ik vier was. Ik was een verlegen kind en dans is echt een taal geweest die me heeft "gered" als tiener. Vanaf mijn achttiende ben ik mime gaan studeren in Amsterdam. Voor veel artiesten is ondernemerschap een vies woord, maar ik heb wel al vroeg zo’n soort motor in mezelf gevoeld. Ik werk graag met groepen mensen, dus het werd me gauw duidelijk dat ik liever zelf iets wilde maken dan in het werk van anderen staan.'
'Ook de droom van een eigen gezelschap kwam vrij snel. Creëren met verschillende generaties vind ik de max, dat is mijn grote liefde. Ik werk ook graag met lijven die niet de virtuoze lichamen zijn. In de mime bestaat het begrip "de zero", wat de basis van alles is. Je gaat niet je lichaam kneden naar een ideaal maar net vertrekken vanuit dat lijf met zijn beperkingen, blessures, asymmetrie, leeftijd enzovoort. Als ik voor een eigen gezelschap zou gaan, dan moet het boven alles een huis zijn, wat wil zeggen dat meerdere mensen een sleutel hebben. Dat vind ik essentieel, naast goed eten. Ik kook supergraag, dus in dat huis gaan we samen eten en dingen laten gebeuren rond een tafel. Dat brengt me bij het jaarthema van OBV, Alain, À la flamande. Wat zijn jouw eerste gedachten daarbij?'
ALAIN PLATEL 'Vlees!'
ZOË DEMOUSTIER 'Ha ja, die van mij ook. Ik denk aan stoofvlees. En aan asperges.'
ALAIN PLATEL 'Die À la flamande is overigens wel een doordenkertje, dat hebben we in de jaren van de Vlaamse Golf ook ontdekt. Want hoe komt het dat hier in Vlaanderen zoveel specifieke voorstellingen werden gemaakt, die bovendien populair waren in de hele wereld. Met Bernadetje (1996) en Allemaal Indiaan (1999) trokken Arne Sierens en ik door Europa en overal trok dat volle zalen. Het boeit me dus zeker om uit te zoeken wat À la flamande vandaag betekent.'