• Seizoen 26/27
  • Interview

Andriessen speelt een voortdurend spel met contrasten

Interview Phia Ménard

door © Tom Swaak, ma 3 aug 2026

De Franse regisseuse en scenografe Phia Ménard gaat de uitdaging aan om het universum van De Materie te verbeelden. Dat vertaalt zich in een ambitieus decor en een doordachte regie die de schijnbare tegenstellingen van Louis Andriessen omarmen. ‘De Materie raakt niet alleen je geest, maar ook je huid en je lichaam’, zegt Phia Ménard. Dramaturg Tom Swaak zocht haar op voor een gesprek.

Phia Ménard is een absolute grootheid van het Franse theater. Ze regisseert, schrijft, speelt, choreografeert, ontwerpt, jongleert, danst, en ga zo maar door. Afgelopen zomer nog creëerden zij en haar compagnie de magische voorstelling Nocturne (Parade) voor de Zomer van Antwerpen. Nu neemt Ménard voor Opera Ballet Vlaanderen als regisseuse en scenografe het veelkleurige meesterwerk De Materie van Louis Andriessen onder handen.

Van de componist zelf mogen we het geen opera noemen – maar zoals verderop duidelijk zal worden doen we dat toch. Het libretto is een mix van bestaande en veelal Nederlandstalige teksten, noem het gerust een historische collage over de Lage Landen. Elk van de vier bedrijven heeft een heel eigen karakter. Het eerste deel gaat over de 16e en 17e eeuw, over opstand en scheepsbouw. Het tweede deel grijpt terug naar de 13e eeuw van mystica Hadewijch en haar extatische liefde voor God. Deel drie gaat over Piet Mondriaan, de schilder die kaarsrechte lijnen trok en verzot was op dansen. Het laatste deel belicht enkele jaren uit het leven van Marie Curie.

‘Wanneer je kennismaakt met De Materie, lijkt het werk erg vreemd. Ik vergelijk het met een soort waterzooi, met vier heel verschillende delen, met elk eigen tijdvakken en inspiratiebronnen’

– Phia Ménard

AANGEZIEN ALLES UIT DE COMPOSITIES VAN LOUIS ANDRIESSEN VOORTVLOEIT, LAAT ONS BEGINNEN BIJ HET BEGIN: WAT IS DE MATERIE?

Wanneer je kennismaakt met De Materie, lijkt het werk erg vreemd. Ik vergelijk het met een soort waterzooi, met vier heel verschillende delen, met elk eigen tijdvakken en inspiratiebronnen. Tijdens een eerste lezing begrijp je het waarom ervan niet, ik ook niet. Maar nadat ik me erin verdiept had, klikte het bij mij: het gaat uiteindelijk in elk deel over – de titel zegt het al – materie. Dus dan is de vraag: wat is die materie? Gaat het uitsluitend over de werkelijkheid buiten ons of ook over onze gedachtewereld? Het werk dringt dit soort vragen aan je op. Voor mij is De Materie een filosofische opera.


VAN DE COMPONIST ZELF MOGEN WE DE MATERIE GEEN OPERA NOEMEN. DAT ZIE JIJ ANDERS?

Tijdens een van onze eerste ontmoetingen vertelde je me inderdaad dat Louis Andriessen niet van het genre opera hield. Ik vind het belangrijk om dat in het achterhoofd te houden, omdat hij een werk heeft geschreven dat in veel opzichten wél een opera is. Dat klinkt paradoxaal – zoals veel bij Andriessen, die zeker niet gek was, maar integendeel, een groot kunstenaar – maar ik geloof dat we hier te maken hebben met een nieuw soort opera, een toekomstbeeld voor het genre. Andriessen gebruikte in De Materie alle mogelijke ingrediënten: zang, dans, spel, beeld, licht en muzikale invloeden uit onder andere de middeleeuwen, de barok, disco en rock. Hij zette die middelen echter niet in om een totaalervaring te bewerkstelligen in de romantische zin van het woord, nee, hij houdt zijn kunstvormen veelal gescheiden en legt ons filosofische vragen voor over de aard van de materie.


WAT IS JOUW ANTWOORD OP DIE VRAGEN?

De materie is iets wat enerzijds constant blijft, maar anderzijds voortdurend onderhevig is aan verandering. Met materie kan je iets maken en bouwen. Ik zocht dus naar iets dat van het begin tot het eind van de voorstelling aanwezig kon zijn op het toneel en voortdurend kon transformeren, op zo’n manier dat we ook telkens op een symbolische wijze kunnen aanknopen bij de verschillende tijdvakken. Uiteindelijk ben ik op een ontwerp gekomen met vijf enorme, buigbare planken die we kunnen manipuleren met kabels en touwen zodat ze in elk bedrijf een ander beeld vormen. De romp van een schip bijvoorbeeld of het dakgebinte van een kathedraal. Nu ik de scenografie in het echt gezien heb tijdens testweek op het toneel, ben ik opgelucht: het idee werkt en is een prachtig geraamte voor onze voorstelling. De komende tijd ga ik me verder in de muziek verdiepen en komen alle spelers erbij: dansers, zangers, muzikanten en een actrice. Dan gaan we de regie verder uitdenken en de connectie maken tussen de materie (het decor) en het lichaam (de performers).


HOE ZET JE DIE PERFORMERS IN?

Een beetje zoals het decoridee, als een materie die voortdurend transformeert. We introduceren ook de performers als lichamen met het potentieel zich te differentiëren. Ze zien er allemaal uit als werklieden en je weet als toeschouwer aanvankelijk niet wie een koorlid, danser, muzikant of solist is.

DE MATERIE OPENT MET SNOEIHARDE, MUZIKALE ‘KLAPPEN’, EEN BEETJE ZOALS IN LE SACRE DU PRINTEMPS VAN IGOR STRAVINSKY, DE GROTE HELD VAN ANDRIESSEN. ORKESTRALE HAMERSLAGEN VOLGEN ELKAAR SNELLER EN SNELLER OP. DE MUZIEK IS BEDOELD OM TE CHOQUEREN EN LIJKT ZELFS AGRESSIEF OF GEWELDADIG. WANNEER HET KOOR NA EEN AANTAL MINUTEN INVALT, HOOR JE FRAGMENTEN UIT EEN ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING UIT 1581. MET DAT ZOGENAAMDE PLAKKAAT VAN VERLATINGHE ZWOEREN PROVINCIES IN DE NEDERLANDEN DE SPAANSE KONING FILIPS II AF.

Daarom denk je aanvankelijk dat je naar een strijd kijkt en luistert, een gevecht of de afbraak van een systeem. Maar dan laat Louis Andriessen het koor een tekst zingen uit een 17e-eeuws handboek over scheepsbouwkunde: allerhande onderdelen van een schip passeren de revue en vervolgens ook alle gespecialiseerde gereedschappen die nodig waren om het te bouwen. Plots besef je dat je niet naar geluiden van vernieling luistert, maar naar het getimmer van een scheepswerf, naar constructie, compleet het tegenovergestelde van destructie. Andriessen speelt voortdurend met dat soort contrasten.

In het tweede bedrijf lees ik bijvoorbeeld een tegenstelling tussen religie enerzijds en mystiek anderzijds, tussen de publieke, bemiddelde en platonische beleving van een godsdienst en de hyperpersoonlijke, directe en – zoals in het geval van Hadewijch – zelfs erotische beleving ervan. Door het derde bedrijf, met Piet Mondriaan als brandpunt, leer je dat er geen verschil is tussen kunst en het leven, dat abstractie en geometrie hand in hand kunnen gaan met gevoel en dans. Het vierde bedrijf toont dat liefde en dood twee zijden van dezelfde medaille zijn. Hoe hard Andriessen ook zijn best deed om geen opera te schrijven, er zijn geen onderwerpen typischer voor opera dan die twee: liefde en dood.


HET LAATSTE BEDRIJF IS EEN PRACHTIG LIEFDESVERHAAL EN IN DAT OPZICHT INDERDAAD ENORM OPERATESK. WARE HET NIET DAT IN 19E-EEUWSE OPERA DE HELDIN MEESTAL STERFT AAN HET EIND, MAAR HIER DRAAIT ANDRIESSEN DAT TOCH WEER OM. PIERRE CURIE STERFT EN MARIE BLIJFT GEBROKEN ACHTER, AL ZAL HAAR DAT ER NIET VAN WEERHOUDEN OM EEN TWEEDE NOBELPRIJS TE WINNEN.

Precies.


JE HEBT HET MOOI VERWOORD: LOUIS ANDRIESSEN SPEELT TELKENS CONTRADICTIES TEGEN ELKAAR UIT OM UIT DE CONFRONTATIE IETS NIEUWS TE LATEN GEBOREN WORDEN. JIJ HEBT ZELF OOK EEN BIJZONDERE MANIER VAN WERKEN. DECOR, REGIE, DANS ETCETERA ZIJN ALLEMAAL MET ELKAAR VERSMOLTEN. HET DECOR KRIJGT EEN CHOREOGRAFIE EN WORDT BIJNA EEN PERSONAGE. DE PERFORMERS EN HET LICHT ZIJN NET ZO GOED DEEL VAN DE SCENOGRAFIE. WERK JE ALTIJD ZO? DAT IS HEEL ANDERS DAN DE MESTE MAKERS, DIE ZICH BEPERKEN TOT ÉÉN STIEL.

Ja. En dat is soms nogal een probleem. (lacht) En in wezen is dat in mijn persoonlijke leven niet anders. Ik ben altijd jaloers geweest op mensen die bijvoorbeeld vriendschappen van de lagere school blijven onderhouden. Dat was bij mij helaas nooit het geval. Begrijp me niet verkeerd, ik heb veel fijne mensen om me heen verzameld met wie ik samenwerk. Maar het blijft voor mij essentieel om me af te zonderen en mezelf eraan te blijven herinneren dat ik voorstellingen maak voor de toeschouwers – voor ieder van hen. Als kunstenaar ben ik ervan overtuigd dat ik niets zeker weet, maar dat ik de dingen wel intens voel. Ik wil toeschouwers de kans geven ook iets te voelen.


ALS JE TELKENS OPNIEUW MET ZO’N OPEN VIZIER AAN EEN PRODUCTIE BEGINTS EN ZOEKT NAAR IETS ONGRIJPBAARS ALS EEN GEVOEL: HOE DOE JE DAT DAN, IS DAT NIET HEEL MOEILIJK?

Dat is makkelijker geworden met de jaren. En toch probeer ik me iedere dag opnieuw af te vragen wat het theater vandaag kan betekenen. Waarom is het nodig dat mensen samen blijven komen op diezelfde manier, in een verduisterde ruimte om samen te kijken en te luisteren? Ik denk dat we daarmee de oerrelatie met de grot in stand houden. Het fundament van de mensheid, van kunst en van het onbekende, dat gebeurt hier. Het is de plaats waar we al sinds mensenheugenis samenkomen om te discussiëren over het leven.


ALS JE ER EVEN BIJ STILSTAAT HOE WE DISCUSSIËREN IN HET ALLEDAAGSE LEVEN, OF HOE POLITICI DEBATTEREN IN PRAATPROGRAMMA’S, DAN IS DAT ZELDEN ECHT DISCUSSIËREN. WE LUISTEREN NIET ÉCHT, MAAR ZOEKEN NAAR OPENINGEN OM ONS STANDPUNT TE HERHALEN OF KRACHT BIJ TE ZETTEN. IN HET THEATER MOET JE WEL ANDERHALF UUR LANG LUISTEREN EN KIJKEN NAAR DE OVERTUIGINGEN VAN EEN ANDER. JE KAN MEEVOELEN EN -DENKEN EN IN JEZELF DE DISCUSSIE AANGAAN, MAAR JE KAN NIET ONDERBREKEN.

Ja, precies, de grot dwingt dat respect af. Ik heb het voor de goede orde ook letterlijk over een grot, niet noodzakelijk over de allegorische grot van Plato. Afgelopen zomer was ik bijvoorbeeld in de grot van Chauvet in de Ardèche. Wanneer ik oog in oog sta met die ongelofelijke reproducties van tekeningen van bizons en wolven, treft mij niet zozeer de schoonheid ervan, maar wel dat je op dat moment vlakbij een mens van 30.000 jaar geleden komt en dat je je in hem inleeft. Je wil weten wat er gebeurd is, wat het verhaal is. Je voelt in je lichaam dat je verbonden bent.


HERKEN JE DIT MECHANISME OOK IN DE MATERIE?

Ja, in het tweede bedrijf bijvoorbeeld. Er klinkt in dat deel maar één tekst: het zevende visioen van Hadewijch. Veelal gezongen door een sopraan in de rol van Hadewijch en hier en daar bijgestaan door het koor. Hadewijch beschrijft hoe ze op een pinksterdag een visioen heeft gehad, hoe God in allerlei gedaanten aan haar alleen verschenen is en dat hij haar tegen zich aan heeft gedrukt en ze volledig in vervoering raakte. Zo’n visioen is per definitie iets intiems en persoonlijks: anderen hebben daar geen toegang toe. Maar toch kunnen we door haar verhaal en de muziek van Andriessen een relatie met haar aangaan en met haar meevoelen. Je voelt die liefde en het verlangen, haar pijn ook. Je hoeft haar verhaal, of bij uitbreiding dat van Christus, daarom zeker niet te geloven, maar je kan er niet omheen dat het prachtig verteld is.

IS ER NOG IETS DAT JE MEE WIL GEVEN AAN DE TOESCHOUWERS VOOR ZE KOMEN?

Wees nieuwsgierig en probeer die mogelijkheid tot openheid echt te koesteren. Dit is een stuk dat niet alleen je geest, maar ook je huid en je lichaam raakt. Mensen zien Louis Andriessen misschien als een beredeneerd kunstenaar, als iemand van intellect en techniciteit. Maar zoals de grootsten – denk aan Bach – lukt het hem om dat cerebrale te verzoenen met een diepgaande gevoelswereld.