De ontregelende kracht van Carmen
door Koen Bollen, di 27 jan 2026
Precies honderdvijftig jaar na de schandaalpremière in Parijs blijft Carmen een van de meest ontregelende werken uit het operarepertoire. Wat klinkt als een evergreen vol herkenbare melodieën, is in wezen een radicaal cultuurkritisch werk. Carmen confronteert ons met de aantrekkingskracht én de angst voor de ‘ander’ en met paternalistische controle- zucht. Vrijheidsdrang wordt afgestraft wanneer ze niet past binnen maatschappelijke normen.
1. SCHANDAAL IN DE OPÉRA-COMIQUE
‘Maar laat haar niet sterven!, alsjeblieft beste kind!’, smeekte Adolphe de Leuven van de Parijse Opéra-Comique. De oude theaterdirecteur had zich er door de succesvolle librettist Ludovic Halévy toe laten overhalen om van de populaire novelle Carmen een nieuwe opera te maken. De Opéra-Comique was onder het leiderschap van De Leuven het paternalistische bastion van kleinburgerlijkheid bij uitstek, gericht op families, de plek ook waar burgerlijke huwelijken geregeld werden. Op het programma stonden enkel moraliserende en sentimentele stukken met happy endings. Componist Georges Bizet (1838-1875) had Carmen zelf naar voren geschoven als onderwerp voor het nieuwe werk waar de Opéra-Comique hem om gevraagd had.
De première van Carmen in 1875 doorbrak alle verwachtingspatronen. Bizet confronteerde zijn publiek met een verhaal over de romagemeenschap, deserterende soldaten, rokende arbeidsters en stierenvechters. Als hoofdpersonage belichaamt Carmen een compromisloos vrijheidsideaal dat botst met de labiele soldaat Don José, wiens wereldbeeld steunt op orde en bezit. Van een vrolijk einde tussen die twee kon geen sprake zijn. De opera werd lauw ontvangen door publiek en pers, soms zelfs als immoreel afgekraakt. (‘Moge de pest die door de hel uitgespuugde vrouw treffen.’) Hoewel enkelingen het werk prezen, was Bizet diep teleurgesteld. Hij zou het latere monstersucces niet meer meemaken en stierf aan een hartaanval drie maanden na de première.
2. VAN NOVELLE TOT LIBRETTO
De novelle Carmen (1845) van Prosper Mérimée vormde het uitgangspunt van Bizets opera. Het verhaal schetst de romagemeenschap als een ‘exotische’ wereld die tegelijk begeerlijk en bedreigend is. Dit exotisme, populair in het negentiende-eeuwse Frankrijk, bood een vlucht uit een rationele en restrictieve maatschappij. De figuur van de ‘ander’ wekt verlangen, maar legitimeert ook angst en geweld. Dat Carmen als belichaming van een anti-burgerlijke vrijheidsdrang wordt vermoord, spreekt boekdelen. Bij de operabewerking beloofden de librettisten de directie een afgezwakte, ‘minder immorele’ Carmen. Zo werd ‘een onschuldig meisje’ Micaëla toegevoegd, een personage waarmee het publiek van de Opéra-Comique zich zou kunnen identificeren, en verschoof Carmens moord helemaal naar het einde. Tussen de gezongen delen plaatste Bizet gesproken dialogen, eigen aan de opéra comique. Voor de latere première in Wenen wilde hij die omvormen tot recitatieven (door het orkest begeleid spreekgezang, red). Bizet stierf nog voor hij daaraan toe kwam en zijn goede vriend Ernest Guiraud nam de taak op zich. Het is die versie die uiteindelijk het wereldwijde succes zou inleiden en die ook OBV dit seizoen brengt.

3. HET VERHAAL
In Sevilla becommentarieert een groep soldaten voorbijgangers op straat. Ze noemen de stadsbewoners vreemde, grappige lui. Tot die groep behoren ook de romavrouw Carmen en haar vriendinnen. Als de werkdag erop zit voor hen, wachten de soldaten de vrouwen op. L’amour est un oiseau rebelle… In de habanera (een dansritme, red.) bezingt Carmen haar levensmotto: liefde laat zich niet temmen. Ze bezweert alle omstaanders met haar betoverende klanken en uiteindelijk nog het meest Don José. De soldaat voelt zich gevangen tussen de magnetische Carmen en zijn verloofde Micaëla, die zijn moeder voor hem koos. Wanneer Carmen na een vechtpartij wordt gearresteerd, weet ze José ervan te overtuigen om haar te laten ontsnappen. Hij verliest daarop zijn rang en belandt in de gevangenis. Na zijn vrijlating laait hun passie opnieuw op, maar al snel wordt duidelijk dat hun liefde gedoemd is. Don José’s groeiende bezitsdrang en benauwende plichtsbesef botsen met Carmens ontembare verlangen naar vrijheid. In een fatale keuze deserteert hij en sluit zich aan bij smokkelaars, enkel om bij haar te kunnen blijven. Carmen verkiest uiteindelijk de charismatische stierenvechter Escamillo. Terwijl José steeds wanhopiger wordt, voorspellen de kaarten Carmen een gewelddadige dood…
4. DE MUZIEK
Carmen vertrekt vanuit de conventies van de opéra comique. Die heeft een duidelijke nummerstructuur – die hier weliswaar geregeld met de voeten wordt getreden –, herkenbare types zoals Micaëla en een prelude met muzikale motieven die later in de opera terugkomen. De heerlijk in het oor liggende ‘exotische muziek’ hoort helemaal bij de wereld van Carmen, haar romavrienden (ook bohémiens genoemd), en de stierenvechter Escamillo. Het gaat hier nooit om een etnografische waarheidsgetrouwe verklanking, maar steeds om een verfranste constructie. Bizet gebruikt wel directe bronnen, bijvoorbeeld de Habanera van de Spaanse componist Sebastián Iradier, maar hij haalde vooral inspiratie bij de Parijse populaire cultuur, café-concerts en het nachtleven. Niet alleen de publiekspleaser bij uitstek – Escamillo’s Toreador-aria – is opgevat als een performance voor het publiek, ook vrijwel alle aria’s van Carmen functioneren zo. Van de habanera tot seguidilla (traditionele Spaanse volksdans en liedvorm, red.) presenteert zij zichzelf bewust en theatraal. Pas wanneer haar dood wordt voorspeld, klinken in het ontroerende lamento En vain pour éviter les réponses amères… voor het eerst Carmens intiemste gedachten. De muzikale wereld van de soldaten en vooral van Don José staat hier lijnrecht tegenover, met zijn ernstige, lyrische en romantische aard die elk volksdeuntje weigert. Ook de bijna pastorale Micaëla met haar bloedmooie aria Je dis que rien ne m’épouvante behoort tot die zedelijke bourgeoiswereld.
Wim Vandekeybus situeert de opera in een rotsige woestenij. In dit landschap beweegt Carmen als een ontregelende kracht die zowel de ruimte als de sociale orde onder druk zet
5. WIM VANDEKEYBUS EN CARMEN
Regisseur en choreograaf Wim Vandekeybus geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de invloedrijke Vlaamse Golf. Na de hercreatie van zijn dansstuk PUUR met het gezelschap van Opera Ballet Vlaanderen (seizoen 23/24) waagt hij zich nu voor het eerst aan het operagenre. Als regisseur vertrekt hij steeds van een doorgedreven lichamelijkheid. Tegelijk stelt hij altijd de menselijkheid van de personages centraal. ‘Enerzijds wil ik het verhaal van Carmen helder vertellen, met de psychologie van de personages als kern. Anderzijds maak ik ruimte voor een abstracte laag in de regie, waarin ik de meer intuïtieve, bijna mysterieuze kracht van de opera wil uitwerken’, zegt hij daarover. Wim Vandekeybus en scenografe Sylvie Olivé situeren de opera in een rotsige woestenij, ontdaan van elke folklore. In dit landschap beweegt Carmen als een ontregelende kracht die zowel de ruimte als de sociale orde onder druk zet. Performers klimmen, duwen en steunen op de rots- architectuur, waardoor fysieke inspanning de innerlijke conflicten weerspiegelt.
Het Symfonisch Orkest Opera Ballet Vlaanderen staat onder leiding van aanstormend talent Keren Kagarlitsky en wordt bijgestaan door een fenomenale cast. Daarnaast staan ook het voltallige Koor en Kinderkoor op de bühne. Dertien dansers van OBV, vier dansers van Vandekeybus’ eigen gezelschap Ultima Vez en enkele jonge dansers uit de stad Antwerpen vervolledigen de cast die in totaal uit meer dan honderd performers bestaat.
