- Seizoen 26/27
Van Nijinsky naar De Materie
door © Lise Uytterhoeven, ma 3 aug 2026
Voor de visueel verbluffende en speelse choreografie van De Materie tekenen Antonio de Rosa en Mattia Russo, het Italiaanse duo achter het hippe dansgezelschap KOR'SIA. Een portret aan de hand van enkele sleutelwerken.
Mattia Russo en Antonio de Rosa ontmoetten elkaar tijdens hun dansstudies in Rome en Milaan. Nadat ze allebei een aanzienlijke carrière hadden opgebouwd bij grootheden zoals Mats Ek, William Forsythe, Maurice Béjart en Sidi Larbi Cherkaoui, richtten ze in 2015 het collectief KOR’SIA op in Madrid.
Hommages aan Nijinsky
Gevoed door hun klassieke opleiding en danscarrières ging het duo aan het begin van hun choreografische traject in dialoog met hoekstenen uit de dansgeschiedenis, vooral de revolutionaire Ballets Russes (1909-1929). Dat gezelschap onder leiding van impresario Sergej Diaghilev stuwde het ballet naar nieuwe hoogtes door radicale samenwerkingen met avant-garde componisten en kunstenaars zoals Stravinsky en Picasso.
Een belangrijk vroeg werk van KOR’SIA is Somiglianza (2018), wat ‘gelijkenis’ betekent in het Italiaans. Het is een ironische en sensuele hommage aan L’Après-midi d’un faune (1912) van Vaslav Nijinsky, gebaseerd op het gedicht van Stéphane Mallarmé en op muziek gezet door Claude Debussy. De première veroorzaakte een schandaal door de slotscène. Daarin bereikt de faun, het mythische wezen dat half mens, half geit is en gedanst werd door Nijinsky zelf, solo een seksueel hoogtepunt. KOR’SIA blies dit nieuw leven in met een opvallende, hedendaagse enscenering. De faun draagt nu een witte, kanten nachtjurk en de nimfen zijn in synchroonzwemmers veranderd. De ingetogen energie zoals bij Nijinsky is gebleven, maar de choreografische beelden zijn nog bizarder en verkrampter. De typische, tweedimensionale houdingen van Nijinsky – met hoofd, handen en voeten zijwaarts en het bovenlichaam naar het publiek gedraaid – zijn verhevigd met acrobatische hoogstandjes zoals gehurkte pirouettes en posities die doen denken aan een slangenmens.
Ook Igra (2021) gaat terug op een werk van Nijinsky: Jeux (1913). Daarin zijn één mannelijke en twee vrouwelijke dansers in witte sportkledij met tennisrackets in een soort liefdesdriehoek verwikkeld. Een terugkerend motief in Igra, nu met een grotere bezetting, is het pasje dat tennissers vaak doen om warm te blijven en de spieren los te houden tussen twee punten: op de bal van de tenen huppelen ze van het ene been op het andere, terwijl het been dat in de lucht is zijwaarts zwaait. In Igra wordt dit motief verder ontwikkeld doordat de dansers beide armen met de handpalmen naar voren gespreid houden naast hun heupen en zo op een rij naar nieuwe formaties huppelen. Het levert visueel sterke beelden op, op een mix van elektronische muziek en Chopin.
Dans en scenografie versmelten
In een volgende fase staat de verreikende samensmelting tussen dans en scenografie voorop. Mattia Russo en Antonio de Rosa werken vast samen met de Antwerpse set- en belichtingsontwerpster Amber Vandenhoeck, die hun surrealistische, cineastische en filosofische concepten vertaalt naar impactvolle fysieke en visuele ruimtes op de scène.
In Mont Ventoux (2023) zien we negen halfnaakte lichamen versmelten. Geïnspireerd door de Italiaanse dichter en humanist Francesco Petrarca (1304-1374) zoekt KOR’SIA in het verlichte verleden naar antwoorden op 21e-eeuwse vraagstukken. In Petrarca’s brief over zijn beklimming van de Mont Ventoux uit 1336 beschrijft hij hoe je door inspanning een overwinning op jezelf kan behalen. In plaats van je neer te leggen bij noodlot of tegenslag zag hij de menselijke rede en wilskracht als de ultieme manier om innerlijke onrust de baas te worden. Volgens KOR’SIA biedt Petrarca’s filosofie een manier om niet alleen onszelf als individuen maar ook de samenleving en de wereld rondom ons herop te bouwen. De negen dansers storten zich worstelend in het haastige moderne leven, nu eens keurig en virtuoos, dan weer lyrisch, expressief, traag en bijna neoklassiek. Met een meesterlijke motoriek rent het ritmische ensemble naar een betere toekomst toe. Achter een glazen wand dreigt de met sneeuw bedekte top van de Mont Ventoux, een stille maar krachtige herinnering aan de aanwezigheid van de natuur.
Simulacro (2025), dat nog altijd toert, speelt zich af in een cirkelvormige ruimte waar alles tolt en spint zonder vooruit te komen. Er is geen startpunt of uitgesproken richting. In het duister zien we een parachutist die net geland is en het grote zeil oprolt. Flikkerende lampen slagen er nauwelijks in de in het zwart geklede dansers zichtbaar te maken. Er weerklinkt een zeemzoete popballade, die later verwrongen wordt met elektronische ruis, helikopterlawaai en het irritante gezoem van een vlieg. Dansers rijden op een fiets, die ze steeds van elkaar afpakken en doorgeven. Er staat een projectiescherm met videoanimatie. Dansers kronkelen over de vloer en maken van het decor hun speeltuin: ze beklimmen het scherm en laten zich zakken langs een paal. De lichamen spelen met vertraging en versnelling, alsof we in een haperende glitch zitten. We zien acrobatische staaltjes die aan breakdance doen denken. In deze bizarre ruimte is er geen lineaire verhaallijn die de chaos op orde zet, alleen snippers, leegtes en ontwortelde beelden. Geïnspireerd door de theorie van de Franse socioloog en filosoof Jean Baudrillard (1929-2007) duikt Simulacro in een gebroken realiteit die verzadigd is met schermen, beelden en betekenissen en die gedicteerd wordt door algoritmes. Authenticiteit is schaars en breekbaar. Simulacro belichaamt deze crisis van betekenis en het verlies van de echtheid in het digitale tijdperk. Elk nieuw begin is een illusie. Iets doet zich voor als een bevrijding maar is in wezen een visueel trucje, een trompe-l’oeil.
Triomf in Europa
Zo bieden de creaties van KOR’SIA toegang tot wat de mensheid op de meest intieme en spirituele wijze drijft. Met hun multidisciplinaire aanpak creëren Mattia Russo en Antonio de Rosa ervaringen die de complexiteit van het moderne bestaan weerspiegelen en nieuwe manieren van zijn aandragen.
Inmiddels werd KOR’SIA beladen met internationale prijzen en wordt het collectief meer en meer gevraagd door dansgezelschappen in heel Europa. Zo maakten ze CROSS in 2025 voor de zeventien dansers van het GöteborgsOperans Danskompani in Zweden. Als commentaar op de consumptiedrang zien we hoe dansers winkelkarren in allerlei formaties manipuleren. Snel voetenwerk, geïnspireerd door de house dans, kenmerkt de choreografie.