Al snel komt een gesprek op gang over de twee wijken waarin de gevels thuis zijn. Caroline en haar man Luc vertellen dat ze de Brugse Poort niet zo heel goed kennen. Stefanie en Thomas, de eigenaars van het huis op het Fonteineplein, verklappen dat ze voor de gevel van Caroline en Luc voor het eerst hebben gekust: ‘We hadden onze eerste date in een café op de Vrijdagmarkt. Nadien wandelden we samen naar mijn fiets, die aan het huis van Caroline en Luc stond. Op hun dorpel hebben we elkaar voor het eerst binnengedraaid’, lacht Stefanie. Jaren later kochten zij en Thomas hun huis in de Brugse Poort. ‘Ik ben naar Gent gekomen voor mijn studies en woon al tien jaar in de wijk. Ook Thomas voelde zich snel thuis in de Brugse Poort. Toen we een nieuwe woning zochten en zagen dat op het Fonteineplein iets te koop stond, hebben we niet getwijfeld. We zijn verliefd op het plein.’
Caroline en Luc kwamen terecht op de Vrijdagmarkt omdat Caroline er een kledingzaak wilde starten. In 1992 opende ze haar boetiek Oorcussen en ging ze boven de winkel wonen. De naam verwijst naar de geschiedenis van het pand. ‘In de 16e eeuw waren op de Vrijdagmarkt allerlei cafés en herbergen. Luc ontdekte dat het etablissement in ons huis Oorcussen heette. We vonden het mooi om die naam nieuw leven in te blazen.’ Toen de boetiek de deuren opende, werd het plein voornamelijk bewoond door middenstanders. Maar over de jaren is veel veranderd. Voor grootschalige vastgoedprojecten moesten heel wat panden op en rond het plein worden onteigend. De Vrijdagmarkt werd autovrij en er kwamen cafés en terrassen, toeristische restaurants en fastfoodketens. Steeds meer grote evenementen vonden hun weg naar het plein. De leegloop van de bewoners zette zich door. Vandaag woont nog een handvol mensen op de Vrijdagmarkt.
Ook Caroline en Luc hebben recent besloten het plein te verlaten. Ze blijven in het centrum van de stad wonen, maar trekken samen met de winkel naar een rustigere buurt. ‘Ik werd steeds ongelukkiger op de Vrijdagmarkt’, vertelt Caroline. ‘De overlast nam toe en ik voelde me er niet meer op mijn plaats. Tot onze spijt hebben we het pand verkocht, en jawel: het zal een toeristische invulling krijgen. Het is jammer en bijna onvermijdelijk dat ons huis zo’n bestemming krijgt. Wie wil nog op de Vrijdagmarkt wonen, laat staan er een zaak uitbaten die niet enkel op toeristen mikt?’ Luc vertelt dat hij graag was gebleven. ‘Maar de stad zou grondiger en kritischer moeten nadenken over hoe het plein wordt ingevuld. Pas als er een gezonde mix van bewoners en handelaars is en iedereen met respect en liefde de plek gebruikt, kan het leefbaar blijven.’